Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Kwantitatieve lichtplanning

Begin van een lichtplanning door middel van normen

Kwantitatieve lichtplanning

Kwantitatieve lichtplanning

Op daglicht lijkende verlichtingssterkten werden door de elektrische verlichting een kwestie van technische inspanning. Bij de inzet van floodlight voor de straatverlichting door middel van lichttorens traden er aan het einde van de 19e eeuw door verblinding en slagschaduw meer nadelen dan voordelen op. Zo verdween deze vorm van buitenverlichting al weer snel.
Waren eerst ontoereikende lichtbronnen het belangrijkste probleem, later stond het zinvolle omgaan met een overvloed van licht op de voorgrond. Met een toenemende industrialisatie werd op het terrein van de werkplekverlichting de invloed van verlichtingssterkte en -soort op de effectiviteit van de productie intensief onderzocht. Hierdoor ontstond omvangrijke regelgeving, die minimale verlichtingssterkten en kwaliteiten van de kleurweergave en anti-verblinding aangaf. Ver voorbij het bereik van de werkplek diende deze normencatalogus als richtlijn voor de verlichting en bepaalt deze tot op heden de praktijk van de lichtplanning. Deze taak liet echter de psychologie van de waarneming buiten beschouwing. Hoe de mens structuren duidelijk waarneemt en hoe verlichting ook een esthetisch effect overbrengt, viel buiten de kwantitatieve verlichtingsregels.