Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Met lichtkleuren vormgeven

Vormgeving met witte lichtkleuren en kleurrijk licht

Kleur is een belangrijk onderdeel van de visuele waarneming. Zonder daglicht of kunstmatige verlichting is ze niet waar te nemen. De combinatie van lamp en filter biedt een veelvoud aan vormgevingsmogelijkheden om met kleurrijk licht ruimtes en objecten in hun lichteffect te benadrukken of te veranderen. Het begrip lichtkleur omvat het witte en gekleurde licht. Warmwit, neutraalwit en daglichtwit worden van de witte lichtkleur afgeleid. Het gekleurde licht omvat het volledige zichtbare spectrum.

Kleur

Lichtkleur

Met lichtkleur wordt een kleur bedoeld, die door een lichtbron wordt uitgestraald. Deze ontstaat uit de som van het uitgestraalde lichtspectrum. De aard van de lichtkleur wordt gedefinieerd met behulp van kleurtoon, verzadiging en helderheid. Het gebruik van kleurfilters genereert kleurrijk licht. Hierdoor is het mogelijk om ruimten in hun kleur te veranderen, zonder ze fysiek te veranderen. Met additieve kleurmenging wordt het mengen van meerdere lichtkleuren bedoeld.

Kleur

Objectkleur

De objectkleur ontstaat uit het opvallende en de specifieke absorptie-eigenschappen van het object. De kleurwaarde van een objectkleur kan daarom alleen worden bepaald in relatie met de lichtsoort waarmee het wordt belicht. De objectkleur van een object wordt naast de kleurtoon, helderheid en verzadiging ook door de reflectiefactor gedefinieerd. Bij de verlichting van kleurige wanden of objecten met kleurrijk licht staat de wisselwerking tussen licht- en objectkleuren op de voorgrond. Aan dit samenspel ligt de subtractieve kleurmenging ten grondslag. De kleureffecten kunnen worden versterkt of veranderd.

Met kleur accentueren

Kleurrijk accentlicht en kleurrijke achtergrondverlichting veranderen het effect van een object in de ruimte. De kleurverzadiging van het object neemt op de voorgrond toe, wanneer de lichtsterkte van de achtergrond afneemt. De blauwe kleuren lijken op de achtergrond te treden, terwijl magenta door het kleureffect naar voren treedt.

Verlichtingseffecten kunnen door kleurrijk licht worden versterkt. Sterke kleurcontrasten verhogen het contrast. Hoge contrasten verhogen op hun beurt het kleurcontrast. Natuurlijke totaaleffecten ontstaan door warme lichtkleuren en filterkleuren zoals skintone, magenta en amber of koude lichtkleuren zoals sky blue en night blue.

Kleurrijke lichtaccenten worden ingezet voor
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms

Kleursystemen

CIE-systeem

Bij de kleurdefinitie CIE worden de object- en lichtkleuren in een doorlopend, tweedimensionaal diagram weergegeven. De spectrale samenstelling ontstaat bij lichtkleuren uit de lichtsoort resp. bij objectkleuren uit de lichtsoort en de spectrale reflectie- resp. transmissiefactor. Hierbij wordt de dimensie van de helderheid buiten beschouwing gelaten, zodat in het diagram alleen de kleurtoon en de verzadiging van alle kleuren kunnen worden bepaald. Het kleurvlak wordt door een boogdeel omsloten, waarop de kleurplaatsen van de volledig verzadigde spectraalkleuren liggen. In het binnenste van het vlak bevindt zich het punt van de minste verzadiging, dat als witpunt wordt aangeduid. Alle verzadigingstrappen van een kleur kunnen nu op de rechte lijn tussen het witpunt en de desbetreffende kleurplaats worden aangetroffen; alle mengingen tussen twee kleuren liggen ook op een rechte lijn tussen de desbetreffende kleurplaatsen. Complementaire kleuren staan in het CIE-model tegenover elkaar en vullen elkaar aan tot wit.

Munsell-systeem

Bij het Munsell-systeem worden objectkleuren volgens de criteria helderheid, kleurtoon en verzadiging ingedeeld, zodat er een volledige kleuratlas in de vorm van een driedimensionale matrix ontstaat. Als helderheid wordt hierbij de reflectiefactor van een objectkleur bedoeld; de kleurtoon betekent de eigenlijke kleur, terwijl het begrip verzadiging de mate van kleurigheid, van de pure kleur tot het ongekleurde grijsscala omvat. Terwijl voor lichtkleuren een tweedimensionaal diagram voldoende is voor de beschrijving, is er op basis van de reflectiefactor bij objectkleuren een driedimensionaal systeem nodig.

Lichtkleur

Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur

Het grotere aandeel van rood in warmwit licht laat de ruimte warmer lijken dan met neutraalwit licht. Het grotere aandeel van blauw in daglichtwit licht genereert een koelere sfeer in de ruimte.
Aan warme lichtkleuren worden met name bij lagere verlichtingssterktes en bij gericht licht de voorkeur gegeven, terwijl koude lichtkleuren bij hoge verlichtingssterktes en diffuse verlichting worden geaccepteerd. Wit licht wordt via de aanduiding van kleurtemperatuur, kleurweergave, kleurlocatie en spectrum beschreven. De witte kleurtemperatuur wordt ingedeeld in de drie hoofdgroepen warmwit, neutraalwit en daglichtwit. Een goede kleurweergave genereert bij de verlichting slechts een kleine kleurafwijking. De kleurlocatie kenmerkt de kleur in het CIE-diagram.

Lichtkleur

Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur Lichtkleur

Amber

In vergelijking met de basiskleuren geel, blauw en rood zijn de kleuren amber en magenta zwakker in hun uitdrukking. Gele en rode lichtkleuren genereren een warme ruimtelijke sfeer. Blauwe lichtkleuren laten een koelere indruk ontstaan.
In de architectuurbelichting worden kleuren uit het daglichtspectrum als natuurlijk ervaren: Magenta (lichtsituatie bij zonsondergang), amber (lichtstemming bij zonsopgang), night blue (heldere nachthemel) en sky blue (hemellicht overdag). Voor kleurrijk licht zijn de gegevens voor de kleurlocatie en het spectrum van belang. De kleurlocatie wordt door coördinaten in het CIE-diagram aangegeven. Een lichtkleur kan daarbij door verschillende kleurspectra worden gevormd.

Wit licht

Bij de presentatieverlichting kunnen door een gericht gebruik van lichtkleuren helderdere kleuren van de verlichte objecten worden bereikt. Ter ondersteuning van het daglicht in kantoorruimtes wordt vaak daglichtwit gebruikt.

Kleurrijk licht

Kleurrijk licht wordt ingezet bij
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms
- evenementenverlichting

Kleurmenging

Kleurmenging Kleurmenging Kleurmenging Kleurmenging

Lichtkleuren
De overlapping van lichtkleuren is een additief mengproces. Het mengen van twee van de drie basiskleuren rood, groen en blauw produceert magenta, cyaan of geel. Uit het gelijkmatig mengen van de drie grondkleuren ontstaat wit licht.

Licht- en objectkleur

Subtractieve kleurenmenging ontstaat bij het verlichten van kleurrijke vlakken met kleurrijk licht. Het mengen van twee van de drie subtractieve basiskleuren magenta, cyaan en geel leidt tot de additieve basiskleuren rood, groen of blauw. Warme objectkleuren worden door een warmwitte lichtkleur benadrukt. Koude objectkleuren lijken bij koude neutraalwitte, met name daglichtwitte lichtkleuren lichter en verzadigerd.

De aanblik van een objectkleur kan verzadigder en lichter werken, als de kleurrijke verlichting overeenkomt. Objectkleuren lijken minder verzadigd, werken donkerder, wanneer de kleurrijke verlichting niet overeenkomt. Hoe het resultaat van een subtractieve kleurmenging er werkelijk uitziet, hangt af van de spectrale samenstelling van de mengcomponenten.

Kleurmenging Kleurmenging Kleurmenging Kleurmenging

Lichtkleuren

De overlapping van lichtkleuren is een additief mengproces. Het mengen van twee van de drie basiskleuren rood, groen en blauw produceert magenta, cyaan of geel. Uit het gelijkmatig mengen van de drie grondkleuren ontstaat wit licht.

In de praktijk wordt bij de verlichting van kleurrijke vlakken het uitvoeren van testverlichtingen of berekeningen aanbevolen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van kleurfilters.

Kleurweergave

Met de kwaliteit van de weergave van kleuren wordt kleurweergave bedoeld. Lineaire spectra beschikken over een zeer goede kleurweergave. Met lijnenspectra kunnen slechts afzonderlijke kleuren goed worden waargenomen. Bandspectra geven meerdere kleuren van het desbetreffende spectrum goed weer, in de tussenbereiken is de kleurweergave zwakker. Blauwe en groene kleuren lijken onder het licht van een gloeilamp ondanks een uitstekende kleurweergave toch in verhouding grauw en dof. Deze kleurtonen zijn echter onder daglichtwit licht van een fluorescentielamp - ondanks een slechtere kleurweergave - helder en stralend. Bij de weergave van gele en rode kleurtonen wordt dit fenomeen van de afzwakking respectievelijk versterking van het kleureffect omgedraaid.

Aangezien het oog zich kan aanpassen aan licht van de meest uiteenlopende kleurtemperaturen kan aanpassen, moet de kleurweergave afhankelijk van de kleurtemperatuur worden bepaald. Halogeengloeilampen beschikken over een zeer goede kleurweergave. De weergavekwaliteit van de fluorescentielampen en halogeen-metaaldamplampen is goed tot matig. De graad van de kleurvervalsing ten opzichte van een referentielichtbron wordt aangegeven door de kleurweergave-index Ra. De kleurweergave-index wordt alleen gebruikt bij witte lichtkleuren.

Kleurweergave

Lijnenspectrum

Kleurweergave

Continu spectrum

Kleurweergave

Bandspectrum

Gelijke lichtkleuren kunnen op basis van een verschillende spectrale samenstelling tot een verschillende weergave van de kleur van een object leiden. Continue spectra leiden tot een gelijkmatige kleurweergave. Lijnenspectra geven slechts een zeer klein kleurbereik correct weer. Bandspectra worden gevormd uit verschillende lijnenspectra en verbeteren zo de kleurweergave. Hoe meer spectra tot een continu verloop verbonden kunnen worden, hoe beter is de kleurweergave. Gloeilampen beschikken over een lineair spectrum, ontladingslampen over een bandspectrum.

Kleurweergave

Een zeer goede kleurweergave is van belang bij
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms
- kantoren
- werkplekken

Kleureffect

Kleureffect



- Rood is de kleur van het vuur en drukt kracht, warmte en energie uit. De kleur werkt dominant. Bij helderrood verdwijnt de warmte ten gunste van het licht op de achtergrond.
- Geel is de lichtste kleur in de kleurencirkel, treedt op de voorgrond, maar bezit niet de energie van rood.
- Blauw is de kleur van de hemel en behoort tot de koude kleuren, en zorgt voor diepte. Blauwzwart werkt eerder melancholisch, terwijl blauwgroen rust uitstraalt.
- Groen is de kleur van de vitaliteit. De nuances variëren van rustgevend tot verfrissend.
- Wit behoort tot de nietkleuren en vormt de tegenpool van zwart. Wit staat voor reinheid.
- Zwart staat voor donkerheid, werkt donker en negatief.
- Grijs wordt gerekend tot de nietkleuren en lijkt neutraal.

Kleureffect

De werking van kleuren wordt verklaard uit het fysiologische gezichtspunt van het kleurenzien en de psychologische aspecten van de zintuiglijke waarneming. De schoonheid van kleuren zorgt voor associaties en wordt in de context van de sociale en culturele omgeving geïnterpreteerd. De tot een kleur behorende verschillende kleurtinten kunnen op hun beurt weer andere effecten hebben. Afzonderlijke kleuren kunnen door een kleurcontrast in hun effect worden versterkt.

Kleureffecten zijn vooral van belang voor
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms
- restaurants

Kleurcontrasten

Kleur op zich

Aan de zeven kleurcontrasten ligt de kleurenleer van Johannes Itten ten grondslag. Deze opzet baseert zich niet alleen op de fysieke en chemische eigenschappen van de kleur, maar ook op hun subjectieve effecten.

De primaire kleuren geel, rood en blauw leveren het sterkste contrast. Het kleurcontrast wordt bij secundaire of tertiaire kleuren of bij een afnemende verzadiging zwakker.

Licht-donker

De 'nietkleuren' zwart en wit vormen het sterkste contrast. Ook bij de bonte kleuren wordt het effect duidelijk. Een lichte kleur naast een donkere kleur werkt sterker dan naast een even lichte of lichtere kleur. Het effect van kleurtinten kan door sterke helderheidsverschillen worden versterkt.

Koud-warm

In de kleurencirkel staan de warme kleuren met rood- en geelaandelen tegenover de koude, blauwe kleurtinten. Groen en magenta vormen de neutrale overgangen. Het effect van een overwegende kleur kan door de combinatie met een accent uit de tegenkleur worden versterkt.

Simultaan

De werking van het simultaan contrast vindt zijn oorsprong in de waarnemingsverwerking van het oog. Het oog vormt, nadat het een kleur lang heeft gezien en vervolgens een neutraal grijs ziet, een simultaan contrast. Rood leidt tot een groenachtige grijstint. Groen laat een grijs vlak roodachtig lijken. Kleuren veranderen hun werking onder invloed van de kleuren in hun omgeving.

Complementair

De in de kleurencirkel tegenover elkaar liggende kleurenparen vormen het complementair contrast uit een basiskleur en de mengkleur uit andere twee basiskleuren. Geel - violet zorgen voor het grootste contrast tussen licht en donker, oranje - blauw het grootste contrast tussen koud en warm. Rood - groen zijn gelijk in lichtsterkte. Het complementair contrast zorgt voor een versterking van de kleuren qua verlichtingskracht.

Kwaliteit

Het kwaliteitscontrast respectievelijk intensiteitscontrast beschrijft de tegenstelling tussen pure kleuren en troebele kleuren. Het mengen van pure kleuren met grijstinten laat deze troebel en dof worden en de kwaliteit van de puurheid gaat verloren. Pure kleuren zijn in hun werking dominant over troebele kleuren.

Kwantiteit

Het kwantiteitscontrast heeft betrekking op de grootteverhouding van kleurvlakken ten opzichte van elkaar. Een groot kleurvlak met een klein vlak in een contrastkleur versterkt het kleureffect van het hoofdvlak.

Ruimtekleuren

Wit licht, dat door een kleurrijk oppervlak wordt gereflecteerd, neemt de kleur van het oppervlak aan en wordt tot de dominante lichtkleur voor de totale ruimte. Bij kleurrijke verlichting van een kleurrijke wand kan de werking worden versterkt, vervreemd of omgekeerd.

De lichtkleur in een ruimte wordt door de kleurstelling van de ruimte beïnvloed. Direct licht versterkt het lichteffect bij het verlichten van een gekleurd oppervlak in vergelijking met diffuus licht. De werking van de kleur van een object kan door kleurrijk licht van een vergelijkbare kleur worden versterkt. Sterke kleurcontrasten lijken bij een gelijke verlichtingssterkte helderder dan een zwakker kleurcontrast. Kleine kleurcontrasten zijn bij een helderdere verlichting beter waar te nemen. In gesloten ruimten wordt het effect vanwege het fenomeen van de kleurconstantheid nauwelijks waargenomen.

In de praktijk wordt bij de verlichting van kleurrijke vlakken het uitvoeren van testverlichtingen of berekeningen aanbevolen.

Kleurrijke lichtaccenten worden ingezet voor
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms

Projecten van dit Guide-onderwerp