Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Armaturenindeling

Aanbevelingen voor een optimale opstelling van armaturen

De rangschikking van armaturen moet niet als een uitsluitend technisch of functioneel proces worden beschouwd. In de praktijk van de kwantitatief georiënteerde lichtplanning is uit de eis van een zo gelijkmatig mogelijke verlichting de voorkeur voor een volledig gelijkvormig raster van plafondarmaturen afgeleid.
Tussen armaturenindeling en lichteffect bestaat geen directe samenhang; bij een volledige benutting van het ter beschikking staande armaturenspectrum kan een gepland patroon van lichteffecten met een reeks van verschillende armaturenindelingen worden bereikt. Deze vrije ruimte kan en moet worden benut, om indrukken van het plafond te ontwikkelen, die een functionele verlichting met een aan de architectuur aangepaste vormgeving van de armaturenindeling verbinden.

Vloer

Vloer

Vloer

Vloer

Voor de wandafstand (a) wordt de helft van de armatuurafstand (d) aanbevolen. De armatuurafstand (d) tussen twee aangrenzende structuren moet overeenkomen met de hoogte (h) boven de vloer of de werkplek.

Vloer

Boven de cut-off treedt geen licht uit.

Vloer

Cut-off 30°

Vloer

Cut-off 40°

Vloer

Cut-off 50°

Cut-off

Met een stijgende cut-off stijgt het visual comfort van de armatuur door een verhoogde anti-verblinding. Voor downlights vormen er zich bij een gelijke armaturenindeling daarbij verschillende lichtbundelaansneden op de wand.
Met een cut-off van 40° wordt het allerbeste compromis tussen een noodzakelijke horizontale verlichtingssterkte op de vloer en een verticale verlichtingssterkte bereikt.
Verticale verlichtingssterkte is bijv. belangrijk in showrooms, waar producten goed moeten worden verlicht. Bij downlights met een 30° cut-off wordt het maximum van de lichtstroom onder een hoge zijdelingse hoek gestraald.
Downlights met 50° cut-off bereiken met de smalle lichtverdeling een zeer hoog visual comfort voor hoge ruimtes.

Wand

Wand

Wand

Wand

De wandafstand voor wallwashers dient ten minste een derde van de hoogte van het vertrek te bedragen. De wandafstand kan ook worden gemarkeerd door een 20°-lijn, die vanaf het voetpunt van de wand naar het plafond wijst. Terwijl bij een normale hoogte van het vertrek de armatuurafstand overeenkomt met de wandafstand, moet deze bij hoge ruimten worden gereduceerd om de anders afnemende verlichtingssterkte te compenseren. Wallwashers ontvouwen hun optimale gelijkmatigheid pas vanaf minimaal drie armaturen. De positie van een wallwasher in de hoek van een vertrek moet op de 45°-lijn liggen.

Wand

Wand

Hoek van een vertrek

Bij een gegeven armatuurafstand worden downlights in de regel met de halve armatuurafstand tot de wand gemonteerd. Hoekarmaturen moeten op de 45°-lijn worden gemonteerd, om bij downlights een identieke lichtbundelaansnij op beide bestraalde wandoppervlakken te produceren.

Wand

Wand

Spiegelwand

Bij spiegelende wanden moet de armaturenindeling zo worden gekozen, dat deze in het spiegelbeeld gelijkmatig wordt voortgezet.

Wand

Wand

Wandelement

In het kader van dominante architectonische structuren moet de armaturenindeling op de architectonische elementen worden afgestemd.

Plafond

Plafond

Voorwaarde voor plafondverlichting is een voldoende hoogte van het vertrek om een gelijkmatige lichtverdeling te bereiken. Plafondwashers moeten boven ooghoogte worden gemonteerd om directe verblinding te vermijden. De afstand tot het plafond hangt af van de mate van benodigde gelijkmatigheid en moet in de regel 0,8 m bedragen.

Object

Object

Object

Object

De verlichting van objecten kan met een lichtrichting van 30° tot 45° uit de loodlijn plaatsvinden. Hoe steiler het licht valt, hoe sterker is de plasticiteit. Als het licht onder 30°, de zogenaamde "museumhoek" invalt, dan wordt er een maximale verticale verlichting bereikt en tegelijkertijd wordt er een mogelijke verblinding door reflectie van de toeschouwer vermeden. Bij reflecterende vlakken, bijv. olieverfschilderijen of geverniste grafische werken, dan moet er rekening worden gehouden met de invalshoek van het licht, om storende reflecties in het gezichtsveld van de toeschouwer te vermijden. Bovendien worden zo slagschaduwen, bijv. schaduwen van lijsten op beeldvlakken vermeden.

Object

Object

Horizontale vlakken

Hoge luminanties, die door vlakken of objecten worden gereflecteerd, veroorzaken verblinding door reflectie. De armaturen mogen niet in de kritieke gedeelten worden geïnstalleerd. Indirecte verlichting met diffuus licht vermindert de verblinding door reflectie. Bij het uitlijnen van de lichtbundels moet schaduwvorming op de werkplek worden vermeden.

Object

Object

Object

Object

Verticale vlakken

Bij een dwars geplaatst spiegelend vlak kunnen armaturen voor, bij een in de lengte geplaatst spiegelend vlak aan de zijkant van de verboden plafondzone worden gemonteerd.

Puntraster

Puntraster

Puntvormige elementen: regelmatige en verplaatste rasteropstellingen

Punt

De eenvoudigste opstelling van puntvormige elementen bestaat uit een regelmatig raster, hetzij eenvoudig of verplaatst. Bij een gelijkvormig raster van identieke enkelvoudige armaturen ontstaat er snel een monotoon plafondeffect, daarnaast wordt een gedifferentieerde verlichting praktisch uitgesloten.

Puntraster

Als puntvormige elementen kunnen armaturen van verschillende vorm en maat, maar ook compacte armatuurgroepen dienen.

Puntcombinaties

Geaccentueerde opstellingen ontstaan door het afwisselende gebruik van verschillende enkelvoudige armaturen, en door de inzet van combinaties van armaturen; hierbij kunnen zowel gelijksoortige armaturen als ook verschillende armaturen worden samengevoegd.

Puntraster

Puntvormige elementen:
lineaire opstellingen

Lijn

Een stap in de richting van complexere vormgevingsvormen wordt gevormd door de lineaire aaneenschakeling van puntvormige elementen. Anders dan bij de eenvoudige opstelling in rasters vormt de plafondvormgeving daarbij een nauwere relatie met de architectuur van de ruimte - het plafond wordt in het plan met de lijnvoering van de ruimte vormgegeven, hetzij door het overnemen van deze lijnvoering of door een bewuste contraststelling met deze vormentaal.

Puntraster

Armaturenindelingen kunnen architectonische structuren volgen of eigen vormen creëren.

Vormen

Aangezien de toewijzing van de afzonderlijke armaturen aan een lineair verloop niet dwingend door een reële lijn is voorgeschreven - hetzij wandverlopen, uitstekende plafonds of balken- , maar alleen op basis van de waarneming van de vorm kan plaatsvinden, moet er bij het ontwerp bijzondere aandacht zijn voor de vormwetten. Beslissende criteria zijn hierbij met name de regelmatige afstand en de nabijheid van armaturen tot elkaar.

Lineaire elementen

Lineaire elementen

Lijn

Terwijl lineaire structuren bij de aaneenschakeling van puntvormige armaturen slechts indirect worden gecreëerd door de waarneming van de vorm, kunnen ze met behulp van lineaire elementen direct worden opgebouwd. Als lineaire elementen kunnen daarbij overeenkomstige armaturen, maar ook draagstructuren dienen. Lichtstructuren evenals plaatsingen van spanningsrails of andere draagstructuren behoren tot deze vormgevingscategorie.
De vormentaal van lineaire plaatsingen is vrijwel identiek met die van aaneenschakelingen van punten. Aangezien de gecreëerde vormen bij het gebruik van lineaire elementen echter werkelijk voorhanden zijn en niet slechts visueel worden aangeduid, kunnen hierbij zonder gevaar voor verstoring van de vormwaarneming ook complexere plaatsingen worden opgebouwd.

Lineaire elementen

Lijn en punt

De robuuste vormgeving staat zowel het afwisselende gebruik van verschillende armatuurvormen als de positionering van spots aan licht- of draagstructuren toe; hiermee wordt ook een gedifferentieerde ruimteverlichting mogelijk gemaakt, zonder dat de eraan ten grondslag liggende verschijning van de structuur daarbij wezenlijk wordt verstoord door de afzonderlijke armaturen.

Lineaire elementen

Decoratieve oplossingen

Door de combinatie van verschillende elementen ontstaat een breed spectrum van vormgevingsmogelijkheden waaronder decoratieve oplossingen.

Lineaire elementen

Lineaire structuren

De rechthoek van spanningsrails wordt afgeleid uit de vorm van de ruimte. Op deze manier wordt er niet alleen een flexibele verlichting van alle wandvlakken maar ook de verlichting van objecten in de ruimte mogelijk gemaakt.