Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Aansluitvermogen

Ontwerp via aantal armaturen en verlichtingssterkte

Aansluitvermogen

Aansluitvermogen

Bij de projectie volgens het aansluitvermogen wordt bij een gegeven armatuur en lichtbron het desbetreffende aansluitvermogen, respectievelijk het aantal armaturen, voor een gewenste verlichtingssterkte berekend. Eventueel kan bij een gegeven aansluitvermogen en lichtbron de gemiddelde verlichtingssterkte worden berekend. Het aansluitvermogen wordt gebruikt bij het ontwerpen van regelmatige armatuurrasters. Voor een eerste lichtplanning bieden armaturenfabrikanten tabellen met het aantal armaturen en verlichtingssterkten aan.

Aansluitvermogen

Aansluitvermogen

Aantal armaturen

De berekening van het benodigde aantal armaturen voor een bepaalde verlichtingssterkte is gebaseerd op de gegeven waarden van het aansluitvermogen per armatuur en 100lx. Als verdere grootheid moet er rekening gehouden worden met de onderhoudsfactor, om de vereisten aan de verlichtingssterkte ook over de totale bedrijfsduur te garanderen. Aangezien de waarden alleen voor een standaardruimte gelden, is er voor de berekening van afwijkende omstandigheden een correctiefactor nodig.

Aansluitvermogen

Aansluitvermogen

Verlichtingssterkte

Om de verlichtingssterkte voor een gegeven aantal armaturen te berekenen, is als richtlijn het aansluitvermogen per armatuur en 100lx vereist. Rekening houdend met de onderhoudsfactor kan de onderhoudswaarde van de verlichtingssterkte worden berekend. De praktijkverlichtingssterkte geeft de verlichtingssterkte aan, die in het gebruik van de armatuur niet onderschreden wordt. Aangezien de waarden alleen voor een standaardruimte gelden, is er voor de berekening van afwijkende omstandigheden een correctiefactor nodig.