Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Update uw browser.

Uw browser ondersteunt de huidige internetstandaarden niet. Daardoor kunnen er verkeerde weergaven en een onverwacht gedrag op deze website optreden. Wij adviseren u om uw browser bij te werken om deze website storingsvrij te kunnen gebruiken.

Kunst met licht ensceneren

Kunst met licht ensceneren: van de neutrale White Cube tot en met het theatrale optreden à la Hollywood

Zoals kunstenaars hun beeldende werken enerzijds objectief concipiëren en anderzijds zeer subjectief tonen, zo verschillend presenteren galerieën en musea ook de betreffende exposities. Daarbij leveren niet alleen de opstelling van de geëxposeerde stukken en de tentoonstellingsarchitectuur een bijdrage aan het scheppen van een neutraal of toch een theatraal totaalbeeld; ook de verlichting van de kunstwerken speelt een niet-onbelangrijke rol. Bovendien moet de verlichting voldoen aan de conservatoire en energievereisten. Dit artikel legt uit welke planmatige en technische aspecten relevant zijn voor de verschillende presentatievormen.

Vaak als royale, hoge entreeruimte ontworpen, is de foyer bestemd voor representatieve doeleinden en tegelijkertijd als ontvangst- en wachtgebied, zowel als voor de ontsluiting van aangrenzende delen van het gebouw. Als overgang tussen buiten en binnen, tussen openbare en privéruimte komen zeer verschillende ruimtelijke maatstaven elkaar tegen. Daarom is het uiterst relevant om met licht de oriëntatie binnen deze verschillende functies en ruimtelijke situaties te ondersteunen. Licht kan echter veel meer dan alleen oriëntatie bieden en voor waarneembaarheid zorgen. De emotionele dimensie van licht – bijv. als lichte of gepassioneerde indruk van de ruimte – kan op uitmuntende wijze worden gebruikt voor de opbouw van een aantrekkelijke, verwelkomende stemming. Bovendien kan de verlichting in een foyer een waardevolle bijdrage leveren aan de visuele beleving van de identiteit van de onderneming. De vormgevingsspeelruimte van licht voor de eigen presentatie van een ondernemings-, onderwijs- of cultuurmerk strekt zich uit van een sobere, nuchtere sfeer tot aan een dramatische enscenering.



Licht schept zeer uiteenlopende sferen in tentoonstellingsruimten. Zoals in klassieke atelierruimten waar gedurende de gehele dag de bovenlichten zorgen voor diffuus, zacht licht voor een neutrale ambiance, zo ontstaat via de elektrische verlichting met wallwashing een vergelijkbare, rustige, nuchtere sfeer. Daardoor ontwikkelt zich een ideale omgeving om een zakelijk indruk van de kunstwerken te behouden. Gedurende lange tijd werkten talloze musea met dit daglichtprincipe, of met diffuse bovenlichten of verlichte plafonds. In de ruimten en bij het kijken naar de kunst kan door de contrastarme presentatievorm echter ook een gevoel van monotonie ontstaan. Met name historische musea hebben voor deze gelijkvormigheid een compromis gevonden, doordat ze de verzadiging van de wandkleuren en de lichtsterkte tussen de tentoonstellingsruimten op subtiele of intensieve wijze varieerden.

Ook verlichting kan voor een vergelijkbaar contrasterend effect zorgen. Via het aandeel van diffuse basisverlichting en gerichte accentverlichting kan de curator regelen of een zakelijke of dramatische sfeer zijn stempel dient te drukken op de tentoonstellingszaal. Met een flexibele infrastructuur van spanningsrails in combinatie met spots die verwisselbare lenzen voor verschillende lichtverdelingen alsmede een comfortabele wijze van dimmen bieden, kan de curator individuele lichtconcepten voor opeenvolgende tentoonstellingen met minimale inspanningen bereiken. Met efficiënte LED-lichttechniek kan hij energie besparen en tegelijkertijd ook conservatoir veeleisende lichtoplossingen realiseren.



Helder en gelijkmatig licht voor een neutrale kunstpresentatie

Als een groot overzicht van expositiestukken of een contemplatieve sfeer op de voorgrond staat, dan is het belangrijk om ook met de verlichting deze sfeer weer te geven en een neutrale houding uit te drukken. Aangezien kunstenaars in hun ateliers vaak met functionele, diffuse verlichting werken, streven ze dientengevolge ook bij licht in de exposities naar een sfeer die overeenkomt met de sfeer van de verlichting in hun eigen werkruimten. De moderne kunst heeft bovendien een einde gemaakt aan de weelderig uitgeruste galerieruimten van de 19e eeuw. Kunst wordt nu eerder in nuchtere, lege ruimten gepresenteerd. Kunstcriticus Bryan O’Doherty heeft deze ontwikkeling samengevat in zijn invloedrijke publicatie: „Inside the White Cube: The Ideology of the Gallery Space“ (1976) (NL: In de witte kubus: de ideologie van de galerieruimte). Voor de kunstenaars van de Color Field-beweging waren nu juist deze lege, zakelijke ruimten het passende kader voor hun kunst. De lichtplanner is er vervolgens voor verantwoordelijk om deze sfeer met verlichting te vertalen, zoals lichtplanner Scott Rosenfeld voor de zogenoemde "Color Field Gallery" in het Smithsonian American Art Museum in Washington uitlegt: „Ons doel bij de verlichting van onze moderne galerieën, met name degene die is gewijd aan de Color Field-schilderijen, is om kunstwerken als een natuurlijk verlengstuk van de witte wand te laten lijken. De verlichting moet werken subtiel van de wand losmaken, zonder dat het lijkt alsof er een spot op is gericht. Als de relatie tussen wand en werk perfect is, lijkt het bijna of het op de wand zweeft."

Hiermee wordt duidelijk gebroken met de geschiedenis, zoals hij verder toelicht: „Dit is in tegenstelling met de manier waarop we installaties verlichten in onze 19e eeuwse galerieën, waar schilderijen aan verzadigd gekleurde wanden worden opgehangen."
De uniforme lichtsterkteverdeling op verticale vlakken bewerkstelligt daardoor een zachte en harmonische sfeer, waarbij de schilderijen een eenheid vormen met de wand. Deze neutrale sfeer krijgt in het bijzonder bij schilderijen van groot formaat een indrukwekkend karakter. Naast het bekijken van de kunst wordt tegelijkertijd een rustige alsmede brede ruimtelijke indruk opgebouwd. Wallwashers zijn voorbestemd voor dit soort lichtoplossing, omdat ze over een speciale lichtverdeling beschikken en zo in verticale en horizontale lijn uiterst gelijkmatig zijn. Als een tentoonstelling echter geen nuchtere impact moet hebben, maar afzonderlijke werken individueel op de voorgrond moet tonen, dan vertegenwoordigt accentverlichting de theatrale tegenpool.



Contrastrijke lichtenscenering voor een optreden met veel dramatiek

Bij de breedstraling van beelden die iedereen, iedere dag en met name in musea tegenkomt, staat de curator voor de uitdaging om de blik op het individuele kunstwerk te focussen. In de filmwereld zet Hollywood intensieve accentverlichting in om de sterren bij festivals op het rode tapijt te ensceneren of om de helden in de film via intensieve licht-donker-contrasten markant te benadrukken.
Wanneer de ruimte bij tentoonstellingen visueel naar de achtergrond verschuift, komen de expositiestukken automatisch als helden op de voorgrond terecht en kan de bezoeker zich gemakkelijker op de kunstwerken concentreren. Donkere, kleurig geverfde wanden hebben in historische musea ook dit effect gegenereerd en een subtiele dieptewerking ontwikkeld die de blik meer richt op de kunst. Omdat tegenwoordig lichte, witte wanden op veel plaatsen moderne tentoonstellingsruimten domineren, is dit vormgevingseffect op veel locaties niet meer aanwezig. Toch kan een individueel kunstwerk nog duidelijk op de voorgrond worden geplaatst en kan de bovengenoemde dieptewerking worden gegenereerd, wanneer een spot een contrast ten opzichte van de omgeving opbouwt door een duidelijk accentuerende lichtbundel. Zo verplaatst het helder verlichte schilderij zich naar de voorgrond en wordt het wandvlak van secundaire betekenis. Door het gebruik van verschillende verlichtingssterktes kan de accentverlichting ook voor de opbouw van waarnemingshiërarchieën worden ingezet. Daardoor kan de curator relaties leggen tussen kunstwerken en de tentoonstelling indelen binnen een ruimte of opeenvolgende ruimten.

Er zijn tentoonstellingen die al met de inhoud van het schilderij contrastrijke licht-donker-scènes presenteren, wanneer in de zwart-wit-fotografie de fotograaf met de tegenstelling van licht en schaduw bijvoorbeeld een portret een uitstraling met veel dramatiek geeft. In deze gevallen kan door accentverlichting een bijzondere magie ontstaan, omdat de stemming in de tentoonstelling de sfeer op de schilderijen oppakt. Als de lichtbundel met projectiespots precies tot de formaten van de schilderijen uit de collectie wordt begrensd, ontstaat een bijzonder fascinerend beeld, omdat de kunstwerken van binnenuit lijken op te lichten.
Het theatrale effect van contrastrijke lichtensceneringen kan zelfs nog worden vergroot, wanneer het licht niet meer constant op de schilderijen valt, maar als dynamisch licht in de tentoonstelling wordt ingezet. Peggy Guggenheim heeft al in 1940 Dynamisch licht in haar eerste New Yorkse galerie „The Art of This Century gallery“ (NL: Galerie De kunst van deze eeuw) gebruikt om zo een nieuwe toegang tot kunst te creëren en pulserend leven door pulserend licht over te brengen. Om dergelijk dynamische ensceneringen met accentverlichting altijd te gebruiken, zou in de loop der tijd echter ook een saai en eentonig effect hebben. Daarom is een variabele infrastructuur voor de verlichting van essentieel belang.



Flexibel reageren op wisselende presentaties

Aangezien curatoren en tentoonstellingsbouwers zich met zeer verschillende verlichtingseisen wenden tot musea, schijnt een antwoord snel in technisch complexe lichtoplossingen uit te monden. Door hun formaten vereisen niet alleen de kunstwerken verschillende soorten verlichting, maar ook dienen kunstenaars en eigen of externe curatoren talloze wensen in over hoe het licht een tentoonstelling optimaal tot zijn recht moet brengen. Bovendien kunnen nieuwe posities van tentoonstellingswanden ruimtelijk een nieuwe opstelling van de armaturen vereisen.
Armatuursystemen die vast zijn geïnstalleerd en daarbij uitsluitend voldoen aan één verlichtingsvereiste, zoals smalle accentuering van kleine stukken, breedstraling van grotere kunstwerken of de wallwashing van schilderijen, komen om rentabiliteitsredenen niet in aanmerking. Er bestaat vrijwel geen museum dat het zich kan veroorloven om voor alle ruimten een grote selectie alternatieve armaturen op voorraad te houden. Daarom moet de oplossing een flexibele en eenvoudig te gebruiken strategie zijn. Dan is eerst een flexibele infrastructuur van spanningsrails, spots en verwisselbare lenzen vereist om op die manier bij de wisseling van tentoonstellingen op gepaste wijze te kunnen reageren op nieuwe expositiestukken. Spanningsrails genieten de voorkeur, omdat de armaturen dan moeiteloos kunnen worden verwisseld en versteld. Bovendien kunnen ze in tentoonstellingen door middel van een adapter worden gebruikt voor de stroomvoorziening van expositiestukken of voor de mechanische ophanging van objecten. Het tweede niveau in flexibiliteit bestaat uit eenvoudig uit te lijnen spots die nauwkeurig op de individuele kunstwerken kunnen worden uitgelijnd – bijvoorbeeld met de klassieke richthoek van 30° voor een harmonische modellering met licht en schaduw, of met een steile lichtinvalrichting voor een dramatisch strijklicht om texturen met markante slagschaduwen te benadrukken.

Het derde en zeer beslissende niveau van flexibiliteit is of de lichtverdelingen in grote mate kunnen worden gevarieerd – van een indrukwekkende accentuering tot en met wallwashing met een zakelijk effect. Verwisselbare Spherolit-lenzen bieden de curator een grote vrijheid in de vormgeving bij de keuze van een lichtconcept alsmede bij aanpassingen op korte termijn. Deze lens die voor de spot wordt geplaatst, bepaalt de lichtverdeling van de armatuur door de vorm van de Spheroliten. De bandbreedte van de lichtverdelingen strekt zich uit van rotatiesymmetrische van zeer smalle lichtverdelingen met minder dan 10°, tot en met grote breedstraling > 80° via de tweezijdige lichtverdelingen voor ovale lichtbundels tot en met asymmetrische straling voor een gelijkmatige wallwashing. De Spherolit-lenzen aan de armatuurkop kunnen zonder gereedschap comfortabel worden vervangen, zodat snel en eenvoudig een andere lichtverdeling kan worden gerealiseerd.
Aan elektronische zijde is dimbaarheid een onontbeerlijke grootheid voor de flexibiliteit om het verlichtingsniveau bij gevoelige tentoonstellingsstukken aan te passen – of dat nu via de lichtregelinstallatie of direct aan de spot is of in een combinatie daarvan. Ondanks alle concentratie op maximale flexibiliteit is constantheid in enkele aspecten voor de lichtkwaliteit ook onontbeerlijk. Kleurtemperatuur en kleurweergave dienen tussen de verschillende productfamilies constant te zijn om kleurverschillen in met elkaar corresponderende ruimten of bij latere aanvullingen met armaturen uit te sluiten. De sleutel voor de flexibiliteit ligt daardoor in een eenvoudige en modulaire armaturensystematiek die vrijheid in vormgeving en zekerheid in planning biedt en daarbij een bijdrage levert aan de energiezuinige efficiency van de technische museuminfrastructuur.



Presentatie van kunst en bescherming van tentoonstellingsstukken op elkaar afstemmen

De weelderige presentatie van kunst in lichtdoorstroomde ruimten of met dramatische accentuering kan aanlokkelijk zijn om grote bezoekersaantallen en talloze sponsoren voor een rendabele, succesvolle tentoonstelling te bereiken. Deze strategie blijft bij gevoelige tentoonstellingsstukken echter niet zonder negatieve gevolgen. Onomkeerbare, fotochemische reacties alsmede effecten door warmtestraling brengen de langdurige vertoning van het object in gevaar. Het duidelijkste valt het verlies van kleur op, wanneer door hoge UV-straling kleuren verbleken en het kunstwerk zijn krachtige expressie ontnemen. Door het hoge aandeel van UV-straling in daglicht is een fijngevoelige omgang met glazen vensters en daken zeer essentieel. Maar ook door elektrische verlichting ontstaat een UV-belasting van de expositiestukken. Gelukkig is de beschadigingsfactor bij moderne warmwitte LED's nog geringer dan bij laagspannings-halogeenlampen met UV-filter. Met de overgang van gloeilampen, zoals de halogeenlamp, naar de LED ontstaat voor de conservator een ander belangrijk voordeel: het probleem van de infrarode straling is opgelost, omdat de witte LED's in vergelijking met hun voorgangers geen infrarode straling emitteren.

Verlichtingsadviezen voor musea en galerieën

  1. Tentoonstellingen ensceneren: Het besluit van de curator voor een bepaald tentoonstellingsconcept vormt de leidraad voor het lichtconcept. De bandbreedte strekt zich daarbij uit van de uniforme verlichting tot aan de contrastrijke enscenering met accentverlichting en dynamische lichtsequenties. Laat uw tentoonstelling spreken met licht!
  2. Flexibiliteit waarborgen: Om langdurig te kunnen reageren op wisselende kunst- en presentatievormen, is een aanpasbare infrastructuur met spanningsrails raadzaam. Verwisselbare, optische systemen voor verschillende lichtbundels, dimbaarheid van de lampen en een flexibele lichtregeling waarborgen ook in de toekomst optimale verlichtingsvoorwaarden voor musea.
  3. Conservatoire aspecten inbouwen: De conservatoire eisen voor de bescherming van de schilderijen staan lijnrecht tegenover de behoeften van de bezoeker die voldoende licht wenst. Ter bescherming van de tentoonstellingsstukken moeten schadelijke lichtspectrums door kunst- of daglicht, indien mogelijk, worden vermeden. Dimbare, warmwitte LED-verlichting is tegenwoordig het optimum voor gevoelige kunstwerken.
  4. Profiteren van efficiency: Energiezuinige verlichtingstechniek verlaagt de exploitatiekosten en creëert op die manier financiële speelruimte voor het investeren in de collectie en de presentatie. Een hoog rendement, hoog bedrijfsrendement van de armatuur, alsmede een lange levensduur zijn van positieve invloed op de exploitatiekosten.
  5. Werken met goed visual comfort: Goed afgeschermde armaturen en een zorgvuldige armaturenindeling ondersteunen de lichtenscenering. Daardoor kunnen directe verblinding en indirecte verblinding via glazen oppervlakken worden geminimaliseerd en stimuleren de armaturen het onbeperkt genieten van kunst.

 
Kunst met licht ensceneren

Dr. Thomas Schielke

Dr. Thomas Schielke studeerde architectuur aan de Technische universiteit Darmstadt, Duitsland. Hij werkt al ruim 10 jaar als redacteur voor didactische communicatie bij armaturenproducent ERCO en is coauteur van het studieboek „Lichtpositionen zwischen Kultur und Technik“ (Lichtposities tussen cultuur en techniek).

ERCO Newsletter – Inspirerende projecten, nieuwe producten, nieuwe kennis over licht

Abonnement op de Newsletter.
Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld. Meer informatie treft u aan onder Verklaring inzake gegevensbescherming