Kunst interpreteren met licht, ,

Kunst interpreteren met licht: museumverlichting: objectief of hyperrealistisch?

Licht maakt kunst in musea zichtbaar. Tegelijkertijd heeft licht echter ook zijn eigen interpretatie. Daarbij hebben de curator, de architect en de kunstenaar vaak verschillende voorstellingen over hoe de kunst door licht op passende wijze tot zijn recht moet komen. Het artikel begint bij de esthetiek van het beeld en de tentoonstelling en stelt zes categorieën voor enscenering voor: van de schijnbare objectieve waarneming van de kunst via hyperrealisme tot en met de dynamische overbrenging van kunstschatten.

Elk soort museumverlichting communiceert een standpunt ten aanzien van concepten in de kunst. Zelfs hallen die een neutraal effect sorteren met alleen diffuus daglicht, of die met gelijkmatig verlichte wanden rust uitstralen, laten de opvattingen van de curator zien. Hetzelfde geldt voor de op vele fronten ingezette accentverlichting die kunst als een collectie van individuele werken tentoonstelt. De beslissing voor een interpretatie door licht gaat vaak echter gepaard met een lange weg, omdat de meest uiteenlopende belangen samenkomen. De architect wenst waardering voor de bouwkundige prestaties, de curator wil graag een inhoudelijke mening over de totale collectie overbrengen, de verzamelaar wil als uitlener een bepaalde esthetiek communiceren en de kunstenaar eist tot slot een adequate presentatie van zijn individuele werk. Hierbij komen nog de verschillende generaties bezoekers die door een krachtige enscenering wel of niet belangstellend blijven.

Tentoonstellingsmakers beschikken door licht over een medium met een grote invloed om de sfeer voor de ontvangst van kunst te definiëren, deze sfeer een lading vol drama te geven en het succes van een tentoonstelling mede te bepalen. Daarom rijst voor alle betrokkenen al snel de vraag aan welke criteria een adequaat lichtconcept zou moeten worden voldoen: de lichtsfeer in het betreffende kunstwerk? Of het licht waarin het werk werd geschapen? En wat is eigenlijk passend voor de kunst die ontstond in het schijnsel van kaarsen en vandaag de dag ook aantrekkelijk tot zijn recht moet komen?

Moet het individuele werk eerder de maatstaf zijn of toch het thema van de totale tentoonstelling? Hoe kan ten slotte de interactie met kunst door licht worden gestimuleerd? Wanneer geeft het licht een authentiek effect en wanneer wordt het tentoonstellingsstuk minder aantrekkelijk?

In het artikel komen deze verlichtingskwesties aan de orde, doordat het bij de esthetiek van het kunstwerk respectievelijk de tentoonstelling begint en een lichtplannersconcept aan de orde is. Een classificatie van de lichtoplossingen in zes categorieën die zich uitstrekt van de schijn van een objectieve uitstraling van kunst via hyperrealisme tot en met de dynamische overbrenging van kunstschatten, toont de veelzijdigheid in vormgevingsmogelijkheden aan en vergemakkelijkt bovendien de oriëntatie in de conceptfase. De voorstelling van de categorieën begint telkens met de esthetiek van kunst en ruimte, en beschrijft vervolgens de sfeer vanuit het oogpunt van de museumbezoeker. Aanwijzingen over de geschikte lichtwerktuigen laten ten slotte zien, hoe concepten concreet kunnen worden geïmplementeerd. Als uitsluitend via de beeldinhoud een stijl voor de enscenering zou worden afgeleid, dan zouden critici met recht het verwijt van formalisme maken. Het model van de zes categorieën vertegenwoordigt eerder een uitgangspunt voor een gedachtegang om te laten zien hoe verschillend het effect is van licht op de uitstraling van de kunst en hoe belangrijk een differentiatie is om cultuur op gepaste wijze over te dragen.

Kunst op een schijnbaar objectieve wijze in zich opnemen

De nuchtere, lege ruimten van tentoonstellingen met hun witte wanden roepen de sfeer op van een zakelijke en objectieve overdracht van kunst. Met name grootschalige afbeeldingen, zoals de werken van de Amerikaanse Color Field-beweging uit de jaren 50 van de vorige eeuw, laten een bijzonder effect zien in de als „White Cube“ aangeduide galerieën, omdat hier de wand een verlengstuk is van het kunstwerk. Maar ook de werken in Minimal Art of zakelijke documentairefotoreeksen van Bernd en Hilla Becher zorgen voor een indrukwekkende uitstraling, wanneer de conceptionele opvatting van de kunstwerken met de bewolkte lucht en het diffuse daglicht overeenkomt met de zachte stemming in de ruimte.

Iedere poging om de bijzonderheden van een individueel kunstwerk op de voorgrond te plaatsen, wordt bij dergelijke, neutraal geënsceneerde tentoonstellingen achterwege gelaten ten gunste van een gelijkwaardige presentatie van de tentoonstellingsstukken. Ook bij een volledig neutrale presentatie van de kunst, beleeft de bezoeker deze in ruimtelijke zin: de witte omgevingsvlakken trekken door hun hoge lichtsterkte de waarneming van de tentoonstellingsbezoekers vanzelf.

Daardoor is de architectuur net zo aanwezig als de afbeeldingen. Tegen een heldere achtergrond steekt het kunstwerk als donker object af en wordt daardoor visueel op de achtergrond geplaatst. De gelijkmatige lichtsterkte van de witte ruimte herinnert qua sfeer aan proeflaboratoria waarbij ieder emotioneel, extern effect wordt uitgesloten om een objectieve evaluatie te verkrijgen. Op vergelijkbare wijze kan de kunstbezoeker ongestoord de interpretatie van de tentoonstellingsstukken absorberen. Door de monotonie van de ruimte kan echter ook een gevoel van verveling ontstaan, omdat de lichtsfeer lijkt op een sombere dag met een bewolkte lucht. Wanneer een kunstdrukwerk van klein formaat, dat lichtgevoelig is op een met gedimd licht gelijkmatig verlichte wand wordt gepresenteerd, dan is de grote omringende wand al snel te dominant en biedt deze teveel afleiding. Net zo ongunstig is het contrast bij wallwashing met witte wanden en donkere schilderijen. Bij donkere afbeeldingen met een aura van genuanceerde schakeringen kan het heel gemakkelijk gebeuren dat details verdwijnen, wanneer de verlichting deze afbeeldingen in zeer helder licht presenteert.

Kunst interpreteren met licht

Omgaan met daglicht in de context van neutrale lichtconcepten
Hier is de vraag: welke rol speelt invallend daglicht in neutraal verlichte ruimten met een gelijkmatig lichtsterkteverloop? Bij de klassieke oplossingen horen bovenlichten - ofwel met diffuse beglazing ofwel met op het noorden gerichte constructies waarbij er geen direct zonlicht in de tentoonstellingsruimte binnenvalt en er daardoor ook geen verblinding optreedt. Door het diffuse daglicht worden sculpturen echter nauwelijks door schaduwen gemodelleerd en worden plastische details op afbeeldingen evenmin duidelijk. Er komen ook geen sprankelende effecten op glanzende oppervlakken voor.

Kunst interpreteren met licht

Wallwasher voor maximale gelijkmatigheid
Bij het gebruik van lichtwerktuigen grijpen musea vaak terug op wallwashers om een vergelijkbaar lichteffect te creëren als bij diffuus daglicht. Het homogene lichtsterkteverloop in verticale richting genereert een contemplatieve sfeer en de ruimte maakt een bredere indruk. Voor een goede verlichting van wandoppervlakken is het raadzaam om bij wallwashers een wandafstand aan te houden die een derde van de hoogte van het vertrek bedraagt. De armatuurafstand is in het algemeen in overeenstemming met de wandafstand. Afhankelijk van de armatuur kan deze echter ook tot en met de anderhalve wandafstand bedragen. Voor diffuus licht in tentoonstellingsruimten zijn plafondwashers of verlichte plafonds ook een optie. Wallwashers laten echter meer details zien op schilderijen en kunnen de afbeeldingen sprankelend weergeven.

Minimalistische accentuering: kunstwerken en filosofie subtiel uitwerken

Om zich los te maken uit de gelijkvormigheid van het „White Cube“-concept, zonder meteen voor een theatrale enscenering te kiezen, heeft zich een uitgangspunt ontwikkeld waarbij met een lichte omgeving wordt gewerkt, maar waarbij subtiel, individuele werken of een conceptuele filosofie worden onderstreept. Hier zijn twee strategieën in gebruik: enerzijds de achtergrond die zich door de wandkleur in lichtsterkte en kleur van de kunstwerken onderscheidt en anderzijds een bescheiden accentverlichting. Vooral in historische musea met klassieke kunst ervaren bezoekers een zeer onopvallende vorm van enscenering. Door een donkere wandkleur lijken de schilderijen lichter te zijn; alleen al vanwege het contrast, alsof deze op een witte wand tentoon werden gesteld. Een andere variant bestaat uit kleurcontrasten, waarbij bijvoorbeeld afbeeldingen met warme kleuren tegen een koele wandkleur worden gepresenteerd. Het effect wordt groter met aanvullende accentverlichting. In de kunst komen in de gotiek voorbeelden van een subtiele differentiatie van de lichtsterkte voor bij werken van Giotto di Bondone of in de renaissance bij Sandro Botticelli, Michelangelo of Leonardo da Vinci. Deze schilderijen vallen op door een zeer zachte modellering van de schaduwen.

Curatoren maken gebruik van puntsgewijze lichtaccenten, zodat de kunstwerken nauwkeuriger verband houden met de wandvlakken. Op die wijze kunnen ook de belangrijkste werken binnen een ruimte worden benadrukt om aan de bezoeker discreet de filosofie van de tentoonstelling over te dragen en de blik naar die belangrijke stukken te sturen. Anders dan bij een consequent „White Cube“-uitgangspunt maakt de ruimte een rustige indruk, maar is door de visuele dynamiek van de bescheiden lichtcontrasten niet steriel of monotoon.

Om verbanden te leggen, kunnen individuele werken of volledige ensembles worden geaccentueerd. Daarnaast is ook de ingetogen accentuering van een beelduitsnede denkbaar om naar het thema van de tentoonstelling te verwijzen. Desalniettemin komt hier een cultuurfilosofische vraag naar voren: in hoeverre mag de curator de expressie van een kunstwerk door verlichting veranderen? Zou de kunstenaar deze ingreep afkeuren als manipulatie?

Om de betreffende beslissing te nemen, is veel ervaring en sensibiliteit nodig ten aanzien van kunst en kunstenaars.

Informatie indelen met op de waarneming gerichte lichtplanning
Voor de opbouw van een waarnemingshiërarchie, die informatie onopvallend indeelt en een prioriteit geeft, kiezen tentoonstellingsmakers, aanvullend op de algemene verlichting, die ze genuanceerd dimmen. Er treden markante verlichtingscontrasten op bij een lichtsterkteverhouding vanaf 1:10 tussen omgeving en accent. Terwijl deze verhouding voor een subtiele accentuering van individuele werken er gechargeerd uitziet, heeft een contrast van 1:2 daarentegen voor de waarneming vrijwel geen invloed. Daarom is eerder een lichtsterkteverhouding van 1:5 geschikt. Van doorslaggevend belang voor een passend resultaat is echter eerder de totale visuele indruk van het kunstwerk en van de ruimte, dan dat de verlichtingssterktemeter zeer nauwkeurig wordt bekeken. Zacht uitlopende gradiënten aan de lichtbundels stimuleren de indruk van een behoedzame ingreep door de curator. Met name bij sculpturen ontstaat zelfs een nieuw effect bij een ingetogen accentverlichting, omdat silhouetten en oppervlakken door schaduw en sprankeling worden gemodelleerd. Een andere vorm van discrete interpretatie vloeit voort uit de vorm van de lichtbundel. Als bijvoorbeeld de aan kunst verwante afbeeldingen met een ovale lichtbundel worden samengebracht, herkent de kijker snel inhoudelijke verbanden - anders dan bij geïsoleerde lichtaccenten die puntsgewijs naar de individuele betekenis van een werk dienen te verwijzen.

Als de tentoonstellingsruimte een locatie is waar het daglicht vanaf één kant naar binnen stroomt, dan is het voor een subtiele beeldregie passend om de lichtrichting met de daarmee verbonden lichtsterkteverdeling ook voor de verlichting te hanteren en door overeenkomstige verlichtingssterktes op de betreffende wanden te imiteren. Dientengevolge zou de wand tegenover de vensterfaçade een hogere verlichtingssterkte hebben dan de wandsegmenten tussen de vensters.

Sterke contrasten voor ensceneringen vol dramatiek

Schilders maar ook fotografen maken gebruik van intensieve licht-schaduw-contrasten als middel voor beeldcomposities die bol staan van de spanning. Om deze sfeer ook naar de tentoonstellingsruimte over te brengen, ligt het voor de hand om de bezoekers een holistische beleving van de kunst te presenteren. De in de laat-renaissance en in de barok ontwikkelde chiaroscurotechniek, die bijvoorbeeld in talloze werken van Caravaggio of Rembrandt wordt toegepast, doelde op een beeldeffect vol dramatiek door middel van een licht-donker-contrast. Maar ook bij vele fotografen, zoals bij modefotograaf Mario Testino, vormen een contrastrijke licht- en schaduwwerking een belangrijk onderdeel van zijn fotografisch opvatting. In een tijd waarin tentoonstellingen een populaire vrijetijdsbesteding zijn, bieden contrastrijke ensceneringen, zoals ze op het theatertoneel worden toegepast, bovendien een stimulerende, onderhoudende ingang.

Bij de overdracht van dit stijlmiddel naar de tentoonstellingsruimte komt het kunstwerk in het middelpunt te staan, terwijl de ruimte in de geheimzinnige duisternis verdwijnt. Hoe donkerder de wandkleur, het plafond en de vloer zijn, des te intensiever is de beleving van de ruimte.

Door accentlicht krijgt elk kunstwerk zijn eigen voorstelling. Qua sfeer ontstaat door de donkere ruimte onwillekeurig het gevoel alsof het nacht is, waar de lichtbundel - vergelijkbaar met het gebruik van een zaklamp tijdens een nachtelijke wandeling - de kunst tot leven wekt. Zoals een schijnwerper in klassieke theaterensceneringen telkens een hoofdpersoon op het toneel in de spotlights plaatst, net zo richt de focus zich op de individualiteit van de kunst. Door het intensieve contrast bouwt zich voor de ogen van de bezoekers een sfeer op vol dramatiek en deze wekt, net zoals bij een spannend toneelstuk, een grote fascinatie. Daardoor kunnen zelfs nuchter aandoende kunstwerken van hun rust en zakelijkheid worden ontdaan. Maar ook hier is voor de curator de vraag: in hoeverre kan een tentoonstelling die indruk moet maken op het publiek, emotioneel de veronderstelde beeldtaal van de kunstenaar overbrengen? Wanneer slaat in het donker het gevoel van fascinerende geheimen om in verlatenheid? Bij sculpturen die toch uitdrukkelijk voor een effect in de ruimte zijn opgesteld, is in het algemeen het gebruik van een contrastrijke accentverlichting voor een intensief spel van licht en schaduw op het tentoonstellingsstuk vaak gemakkelijker dan bij schilderijen.

Kunst interpreteren met licht

Het juiste lichtwerktuig voor enscenering met dramatiek
Om een contrastrijke licht-donker-enscenering te bereiken, is gericht licht van spots essentieel voor de expositiestukken. Telkens als er diffuus licht in de ruimte aanwezig is, wordt de kracht van een donkere omgeving in gevaar gebracht. Door een passende selectie van de lichtbundel kan het te verlichten vlak perfect worden afgestemd op het formaat en de vorm van de kunstwerken. Voor dergelijke taken zijn spots met verwisselbare lichtverdelingen voorbestemd, omdat ze een eenvoudige aanpassing binnen een expositie, maar ook bij permanente tentoonstellingen mogelijk maken. Voor de accentuering van petieterige objecten voor overbrugging van grotere afstanden tussen armatuur en kunstwerk is een narrow spot met een stralingshoek van < 10° geschikt. Voor grotere objecten komen zowel spot- of flood-stralingshoeken in aanmerking. Speciaal bij de bundeling van zeer smalle lichtverdelingen kunnen hoge verlichtingssterktes optreden die een beschadigende invloed kunnen hebben op lichtgevoelige tentoonstellingsstukken. In een dergelijk geval is individueel dimmen via een potentiometer onontbeerlijk.

Voor langwerpige objecten is bovendien een ovaal breedstralende lichtverdeling beschikbaar, waarmee brede afbeeldingen of beeldhouwwerken ideaal kunnen worden uitgelicht. Nog bredere lichtverdelingen, zoals wide flood, zijn weliswaar beschikbaar, maar zijn echter minder geschikt voor het genereren van een contrastrijke licht-donker-sfeer, omdat ze de ruimte zelf te veel oplichten. Slechts bij kamerhoge tentoonstellingsstukken, zoals wandtapijten, maken tentoonstellingsmakers gebruik van brede lichtverdelingen. De lens-wallwasher voor een gelijkmatige lichtsterkteverdeling op de wand is hiervoor voorbestemd. Om in dit verband een intensieve licht-donker-spanning in de ruimte te laten ontstaan, zijn echter een donkere vloer en een donker plafond vereist. Sculpturen kunnen een dramatischer effect hebben door schaduwen en extreme lichtrichtingen: ofwel door steil invallend strijklicht voor het markeren van texturen ofwel bij sculpturen door een zeer grote invalshoek voor zeer lange slagschaduwen. In het algemeen heeft zich bij afbeeldingen en sculpturen een invalshoek van 30° bewezen om een goede modellering te verkrijgen zonder door te sterke schaduwen teveel effect te generen.

De Black Box: kunstwerken op magische wijze laten oplichten

Bij zeer donkere tentoonstellingsruimten ontstaat er een geheimzinnige sfeer. Het lijkt dan wel of de kunstwerken als vanzelf oplichten. Het concept van een Black Box, waarbij de expositiestukken, zoals juwelen in een schatkamer, oplichten, representeert dan de tegenstelling met de White Box. Fotografische werken krijgen dan het effect alsof ze voor lichtbakken werden geïnstalleerd. De Canadese kunstenaar Jeff Wall presenteert zijn fotografische werken bijvoorbeeld in lichtbakken. Onwillekeurig ontstaan dan associaties met bioscoop, tv en met lichtreclames.

Wanneer kunstwerken alleen vanuit zichzelf lijken op te lichten, maken ze zich volledig los uit de architectonische context. Hier schijnt alleen de kunst te tellen, maar hun effect is sterk gebaseerd op de magische presentatievorm. Dit uitgangspunt schept een artificiële context, omdat de kunstenaars hun werken zelden onder vergelijkbare omstandigheden creëren en in de natuur zelfoplichtende vlakken in de vorm niet optreden.

Kunst interpreteren met licht

Het effect van de strikt lineaire beeldopstelling kan uitmuntend worden versterkt door contourenspots die de lichtbundel tot het beeldvlak begrenzen en de overige wand onverlicht laten. Arario Museum Dongmun, Jeju. Fotografie: Sebastian Mayer.

Contourenspot voor een magisch aura
Hier ontworstelt de tentoonstellingsmaker zich volledig van het uitgangspunt van een realistische weergave van kunst ten gunste van de dramaturgie. Omdat alleen de kunstwerken oplichten en de omgeving geheel donker blijft, krijgen kunstwerken een zeer emotioneel, licht mystiek verheven effect.

Contourenspots met een afbeeldingsoptiek zijn voor deze effecten onontbeerlijk, zodat lichtcirkels of contouren haarscherp kunnen worden geprojecteerd. Door het contouren-beeldmasker aan de armatuurkop kan het projectievlak individueel op het betreffende beeld worden uitgelijnd. De scherpte van de lichtbundel kan door het verplaatsen van de lens worden ingesteld. Bij de verlichting van schilderijen is het op de eerste plaats raadzaam om het contouren-beeldmasker haarscherp af te stellen. Vervolgens wordt een lichte defocussering uitgevoerd om zachtere overgangen te bereiken; met name bij brede schilderijenlijsten. Bij een gesloten contourenvoorzetstuk aan de armatuur kan een museumbezoeker nauwelijks de armatuur in de donkere ruimte ontdekken.

Kunstwerken interpreteren door hyperrealisme

Bij een hyperrealistische ensceneringstrategie komt de bezoeker een gechargeerde werkelijkheid tegen. Tot de medeoprichters van het hyperrealisme in de Popart behoort de beeldhouwer Duane Hanson met zijn levensgrote menselijke figuren die scènes uit het dagelijks Amerikaanse leven weerspiegelen. Ook de hedendaagse Britse kunstenaar Matthew Penn rekent zijn werk toe aan het hyperrealisme. Hij plaats bovendien lichtsterkteverlopen in zijn portretten door middel van verlichting voor meer helderheid en voor een krachtigere, genuanceerdere definiëring van details op de voorgrond. Daarbij ontstaat een verbazingwekkend schouwspel van de meerlaags aangebrachte olieverf en de precieze uitlijning van verschillende contourenspots met uiteenlopende kleurtemperaturen. De verlichting van het schilderij wordt daardoor bij Penn een vast onderdeel van zijn kunst.

Kunstwerken bij hyperrealistische tentoonstellingsensceneringen ondergaan een bewuste transformatie om de visuele waarneming te vergroten of opvallend te verhogen. In tegenstelling tot de lichtconcepten die tot dusver werden voorgesteld, die zich op de relatie van kunstwerk en ruimte richten, werkt het hyperrealisme uitsluitend met het beeld zelf en zijn nieuwe uitstraling. Bij ingetogen interpretaties kan een onheilspellende of afschrikwekkende indruk ontstaan, omdat de bezoeker verbluffende parallellen met de werkelijkheid kan ontdekken. In een omgeving waarin kunstliefhebbers vaak door indrukwekkende belevingswerelden worden gestimuleerd, geldt hier voor de tentoonstellingsmaker de vraag in hoeverre hij door hyperrealisme aan een nieuw soort kunstbeleving moet bijdragen om voor het museum een groot publiekssucces te verwezenlijken door een nieuwe interpretatie van expositiestukken.

Lichttechniek voor hyperrealistische ensceneringen
Voor hyperrealistische tentoonstellingsconcepten experimenteren lichtplanners bijvoorbeeld met bijzondere lichtsterkteverdelingen of met het lichtspectrum. De eerste optie is gestoeld op een zeer nauwkeurige analyse van de lichtsterkteverdeling op de schilderde beeldvlakken. Deze contrastverhoudingen worden dan exact geïmiteerd door de verlichting.

Bij veel contrasten in de schildering worden overeenkomstig meerdere armaturen met smalle lichtbundels ingezet. Hiervoor zijn contourenspots voorbestemd waarbij de projectievlakken in grootte en vorm, alsmede de scherpte van de rand via de lenspositie kunnen worden ingesteld. Via een potentiometer aan de spot kan de lichtsterkte van iedere individuele spot op het betreffende gedeelte van de afbeelding individueel worden afgestemd. Voor deze procedure is het raadzaam om voldoende tijd bij de opbouw van de tentoonstelling in te plannen.

De tweede optie voor de vergroting van de kleurindruk door middel van het lichtspectrum vereist armaturen met meerdere kleurkanalen die individueel kunnen worden geregeld. Bij deze procedure blijft de kleurlocatie van meerdere armaturen constant die op verschillende zones van het kunstwerk zijn gericht. De samenstelling van het lichtspectrum voor individuele spots wordt door de verschillende kleurkanalen zo veranderd dat bepaalde materiaalkleuren op individuele beeldvlakken of binnen een tentoonstelling een ander effect laten zien. Daardoor kunnen individuele kleuren, zoals een blauwe lucht, een sterkere kleurindruk maken, zonder dat de kleuren op het overige deel van het beeld of de andere afbeeldingen in de tentoonstellingsruimte zich dienovereenkomstig in de richting van blauw verplaatsen. Dit fenomeen om met dezelfde kleurlocatie te werken en daarbij de spectrale samenstelling te veranderen, wordt ook metametrie genoemd. Het spectrum van warmwitte LED's is geheel gelijkmatig over de kleuren van blauw tot rood verdeeld en maakt daardoor een neutrale kleurindruk. Met rode, groene en blauwe LED's bij RGBW-modules kan weliswaar dezelfde warmwitte lichtkleur worden gegenereerd als mengsel van de drie kleuren, maar dan vertoont het spectrum drie pieken (peaks) die leiden tot een intensieve kleurindruk van rode, groene en blauwe materialen. Voor een neutrale gevoelsindruk wordt de witte lichtkleur via het kanaal van de warmwitte LED zonder RGB-aandelen gedefinieerd. Als blauw in het bijzonder dient te worden benadrukt, worden de RGB-aandelen verhoogd met een bijzondere weging in de richting van blauw. Via DALI lichtregeling kunnen lichtplanners de kleurkanalen van RGBW-armaturen individueel instellen voor een hyperrealistische kleurindruk.

Tentoonstellingen een dynamische uitstraling geven

In de maatschappij komen onderwijs en amusement steeds dichter bij elkaar. Om met name een jonger publiek te motiveren bij wie het dagelijks leven draait om digitale apparatuur en multimediale belevingswerelden, zoeken musea naar innovatieve presentatievormen. Uitgerust met tablets en mobiele telefoons beschikken de bezoekers immers al over een eigen interface om aanvullende informatie te laten weergeven, door middel van Apps en Augmented Reality expositiestukken speels te ontdekken en zelfs interactief presentaties te beïnvloeden. Het belang om tentoonstellingen geen statische uitstraling te geven, maar de blikken van het publiek tijdens het bezoek te sturen, kent een lange traditie. Moderne techniek heeft de implementatie van dynamische tentoonstellingsconcepten echter wezenlijk vereenvoudigd en nieuwe vormen mogelijk gemaakt. Peggy Guggenheim had in 1940 dynamisch licht in haar eerste New Yorkse galerie „The Art of This Century gallery“ (NL: Galerie De kunst van deze eeuw) gebruikt om zo een nieuwe toegang tot kunst te creëren en energiek leven door pulserend licht over te brengen.

Het kunstwerk als enkelvoudig, statisch werk treedt hierbij terug ten gunste van een dynamisch decor voor een indrukwekkende, informatieve, totale beleving. De tentoonstellingsruimte wordt voor de bezoekers tot een toneel omgevormd dat zijn esthetische hoedanigheid uit de nieuwe choreografie van de kunstwerken krijgt. Afhankelijk van het lichtconcept kan de bezoeker ook sterk de indruk krijgen dat hier niet de kunstwerken domineren maar de verlichting als lichtkunst. Als de overbrenging van kunst meer gericht is op amusement en als de enscenering zich afscheidt van de expositiestukken, dan ziet dat er voor de kunstliefhebber echter al snel kitscherig uit.

Technische infrastructuur voor interactie
De opzet van dynamische lichtconcepten begint enerzijds bij de verlichtingsparameters die kunnen worden veranderd, en anderzijds bij de complexiteit van de interactie.

Daarna volgt de selectie van een geschikte lichtregelinstallatie met sensoren en overeenkomstig regelbare armaturen. Met het oog op de interactie kunnen drie typen worden geclassificeerd: dynamisch, responsief en interactief. Dynamische lichtensceneringen hebben een vast gedefinieerd verloop. Dat kan bijvoorbeeld een hoge verlichtingssterkte in de middag zijn die afneemt naarmate de middag vordert. Op deze manier kan de bezoeker beleven hoe de tijd in de buitenruimte verstrijkt.

Een responsieve verlichtingssituatie treft de bezoeker echter aan, wanneer sensoren het licht veranderen, bijvoorbeeld wanneer bij het betreden van een gedimde tentoonstellingsruimte een bewegingssensor de accentverlichting intensiveert - of dat nu uit conservatoire overwegingen is, of om de toeschouwer het gevoel te geven van exclusieve toegang. Optioneel is een wisseling van accentverlichting naar wallwashing in de ruimte voorstelbaar. Voor een sterkere emotie bij binnenkomst in de ruimte is het net zo mogelijk dat de warmwitte accentverlichting voor een goede kleurweergave van de schilderijen met een koele, of zelfs blauwe, basisverlichting of wallwashing wordt aangevuld om via het contrast de focus op de expositiestukken nog meer te vergroten.

Het museum kan interactieve verlichtingsscenario's aanbieden via Apps, waarbij de bezoekers via de eigen smartphone het licht kunnen veranderen. Als de kunstliefhebber een bepaald thema in de ruimte kiest, worden bijvoorbeeld de bijbehorende kunstwerken of beelduitsneden met een hogere verlichtingssterkte benadrukt. In de context van de museumdidactiek zijn raadspelletjes mogelijk, waarbij de bezoeker het antwoord in de App invoert en accentverlichting het antwoord signaleert. Als de bezoekers beschikken over belangstellingsprofielen, gaat de weg open voor andere scenario's, waarbij de meerderheid beslist of de kunstwerken in een rustige, neutrale ambiance moeten verschijnen of als contrastrijke, theatrale enscenering.

Samenvatting

Checklist

De opkomst van nieuwe kunstvormen en andere esthetische idealen weerspiegelt zich in het ervaren van kunst alsmede in de veranderingen van de tentoonstellingsconcepten. De veelzijdigheid van kunstenscenering door licht strekt zich uit van een zakelijke, nuchtere sfeer voor een objectief aandoende presentatie tot en met hyperrealistische of dynamische presentaties om de ontmoeting met cultuurgoed als belevenis te vieren. Als criteria voor de selectie van een verlichtingsconcept kunnen drie opties worden gebruikt: 1. Immanente inhoud van een beeld, 2. Formele aspecten van het beeldmedium, en 3. De omgeving in ruimte en tijd in welke het werk ontstond. Via de analyse van lichtsterkte, contrast en lichtsfeer in het schilderij kan de tentoonstellingsmaker een vergelijkbaar verlichtingstype kiezen voor de ruimte en het expositiestuk, bijvoorbeeld een contrastrijke accentverlichting voor de expressieve Clair-obscur. Als de grootte en de lijst in ogenschouw worden genomen, kan net zo goed een verlichting worden ontworpen die met de esthetische uitstraling correspondeert, bijvoorbeeld voor grote minimalistische schilderijen een wallwashing over een groot vlak, of voor portretten van een klein formaat met een markante, historische lijst een smal stralende accentverlichting. Uit het tijdperk en de omgeving - of het nu daglicht in de natuur of kaarslicht in het atelier is - kan ook een passende kleurtemperatuur en verlichtingssoort worden afgeleid. Tot één van de belangrijke criteria voor een authentieke indruk rijst bij lichtensceneringen de vraag of de kunstenaar het schilderij toentertijd bij het maken ook zo zou hebben waargenomen, of dat het besproken verlichtingsconcept tot een aanpassing van de uitstraling zou kunnen leiden van het schilderij en of de lichtoplossing afleidt van het effect van de kunst.

  • Nauwe afstemming in de voorbereidingsfase met curator en kunstenaars helpt om correcties in de opbouwfase te minimaliseren.
  • Criteria, zoals lichtsterkte en grootte van het tentoongestelde stuk, het soort lijst, de beeldinhoud alsmede de lichtverhoudingen bij het maken van het schilderij, helpen bij de beoordeling of een lichtoplossing een natuurlijke indruk maakt of dat deze de presentatie in gevaar kan brengen.
  • Veelzijdige lichtoplossingen hebben een flexibele infrastructuur nodig, zoals spanningsrails met spots.
  • Veranderingen van het lichtconcept op korte termijn, van neutrale wallwashing naar theatrale accentverlichting kunnen via verwisselbare lichtverdelingen comfortabel worden gerealiseerd.
  • Om voor het oog duidelijk waarneembare contrasten te genereren, is een verhouding vereist van ten minste 1:5 tussen omgeving en tentoonstellingsstuk.
  • Voor dramaturgie via gedifferentieerde contrasten tussen tentoonstellingsstuk en ruimte, alsmede in de kunstwerken zijn dimbare spots onontbeerlijk.
  • Voor magische ensceneringen waarbij de lichtbundel precies tot de randen van het schilderij is begrensd, zijn contourenspots geschikt.

Meer bijzonderheden in het Journal-artikel

Het Leukos Journal heeft onder de titel „Interpreting Art with Light: Museum Lighting between Objectivity and Hyperrealism“ (Kunst met licht interpreteren: museumverlichting tussen objectiviteit en hyperrealisme) een uitvoerig artikel gepubliceerd dat bovendien de historische ontwikkeling van architectuur en tentoonstellingsdesign vastlegt en meer bijzonderheden over lichtplanning alsmede literatuurverwijzingen bevat.
Naar het artikel

Tentoonstellingsconcept Kunst en ruimte Licht
1. Kunst objectief opgenomen
  • Presentatie van kunst met een zakelijk en nuchter effect
  • Rustige sfeer waarbij kunst en ruimte dezelfde uitstraling hebben
  • Licht: Gelijkmatige lichtsterkteverdeling, nauwelijks modellering, geen sprankeling
  • Daglicht: Diffuse lichtinval via venster of plafond
  • Verlichting: Wallwashing voor gelijkmatige lichtsterkteverdeling
2. Kunstwerken en filosofie subtiel uitwerken
  • Tentoonstellingsstukken ingetogen benadrukken
  • Rustige sfeer waarbij de kunst de ruimte licht domineert
  • Licht: Geringe contrasten, lichte modellering en sprankelende effecten
  • Daglicht: Diffuse lichtinval aangevuld met ingetogen accentverlichting
  • Verlichting: Wallwashing in combinatie met accentverlichting. Subtiele contrasten.
3. Tentoonstellingsstukken vol drama ensceneren
  • Kunstwerken treden op de voorgrond
  • Tentoonstellingsstukken vol emotie ensceneren
  • Licht: Intensieve contrasten, krachtige modellering en sprankeling
  • Verlichting: Accentverlichting, afgestemd op de grootte en de vorm van de schilderijen. Bij sculpturen een steile invalshoek voor markante schaduwen.
4. Kunstwerken op magische wijze laten oplichten
  • Alleen de beeldvlakken zijn waarneembaar
  • Verheffing van de kunst, omdat de ruimte visueel verdwijnt
  • Licht: Gelijkmatige lichtsterkte, uitsluitend beperkt tot de beeldvlakken, geen licht in de ruimte
  • Verlichting: Contourenspots met scherp begrensde lichtbundels
5. Kunstwerken interpreteren door hyperrealisme
  • Kunstwerken treden op de voorgrond met gechargeerde details
  • Verheffing van de beeldeigenschappen voor een overdrijving van de werkelijkheid
  • Licht: Chargering van lichtsterkte en kleur
  • Verlichting: Dimbare contourenspots voor het gedifferentieerd verlichten van gedeeltes van het schilderij, spots met kleurregeling over meerdere kanalen voor de aanpassing van het spectrum (metametrie)
6. Tentoonstellingen een dynamische uitstraling geven
  • Presentatie van kunst door een levendig effect
  • Naast de zuivere beschouwing van kunst wint de amusementswaarde aan betekenis
  • Licht: Dynamiek van lichtsterkte, kleurtemperatuur en spectrum
  • Verlichting: Lichtregeling via tijd, sensoren of Apps
Kunst interpreteren met licht

Dr. Thomas Schielke, ERCO.

Dr. Thomas Schielke studeerde architectuur aan de Technische universiteit Darmstadt, Duitsland. Hij werkt al ruim 10 jaar als redacteur voor didactische communicatie bij armaturenproducent ERCO en is co-auteur van het studieboek „Lichtpositionen zwischen Kultur und Technik“ (Lichtposities tussen cultuur en techniek).

ERCO Newsletter - Inspirerende projecten, nieuwe producten, nieuwe kennis over licht

Abonnement op de Newsletter.
Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld. Meer informatie treft u aan onder Verklaring inzake gegevensbescherming
Via het digitale Lichtbericht ontvangt u actueel, regelmatig en op comfortabele wijze nieuws via de mail uit de kosmos van ERCO. Wij houden u op de hoogte van evenementen, awards, nieuwe kennis over licht, projectberichten en nieuwe producten, alsmede over reportages uit de licht- en architectuurbranche. Het abonnement is gratis en u kunt het op elk moment weer opzeggen.