Lichtkleur en eigen kleur

Grondslagen voor de kleurwaarneming

De kleurwaarneming van de mens is afhankelijk van het lichtspectrum en de kleur van het reflecterende materiaal

Wit licht op witte objecten

Objecten worden zichtbaar, wanneer het licht dat erop valt in ons oog wordt gereflecteerd. Bij voldoende lichtsterkte herkennen wij zo niet alleen hun vorm, maar ook hun kleur. De fysische trigger van deze beleving van kleur wordt kleurprikkel genoemd. Zijn samenstelling is afhankelijk van de spectrale verdeling van de lichtbron alsmede de kleur van het object en de oppervlakeigenschappen van het materiaal. Voor ons is een oppervlak dat alle zichtbare spectrale gebieden reflecteert, wit.

Wit licht op gekleurde objecten

Als er wit licht op een materiaal met een rood oppervlak valt, dan worden de golflengtes van het rode spectrale gebied van het materiaal gereflecteerd en alle andere geabsorbeerd. Wij verwerken deze prikkel tot een beleving van de kleur die wij als rood omschrijven. Kleurnuances kunnen wij herkennen bij wit licht met een continu spectrum.

Gekleurd licht op witte objecten

Materialen kunnen alleen golflengtes reflecteren die ook in het spectrum van de verlichte lichtbron zijn opgenomen. Daarbij mengen de in het licht opgenomen spectrale gebieden zich op witte oppervlakken. De beleving van een kleur voldoet aan de mengkleur van het gereflecteerde licht.

Gekleurd licht op gekleurde objecten

Als er golflengtes in het spectrum van het licht ontbreken, kunnen deze ook niet worden gereflecteerd. Daardoor kunnen gegevens over de kleur van een object op die wijze niet meer worden overgedragen. Om bij een schilderij kleurnuances te kunnen uitwerken, is wit licht nodig met een continu spectrum. Alleen zo ontstaat een authentieke, visuele beleving van de kleuren.

MAM asset 2075248
MAM asset 2075246
MAM asset 2075247
MAM asset 2075245