Strategie voor een fijngevoelige omgang met licht in musea
4 tips voor museumverlichting
ERCO ontwikkelt armaturen voor musea en galerieën om kunst zichtbaar te maken en bezoekers deze op indrukwekkende wijze, visueel te laten beleven. Daarbij is het van belang om expositiestukken zo goed mogelijk te behouden. Daarvoor hebben wij 4 tips voor u samengesteld:

1. Concentreer u op de verticale verlichting
Door verticaal verlichte oppervlakken maakt de ruimte, zelfs bij geringe verlichtingssterktes, een lichte en weidse indruk en worden bezoekers in een gecontroleerde lichtomgeving rondgeleid. Wallwashing vergemakkelijkt daardoor de adaptatie en biedt oriëntatie. Naast een gelijkmatige verlichting voor schilderijen worden waarnemingsverbanden gelegd - zowel in de binnenruimte als van buiten naar binnen.

2. Het oog moet zich kunnen aanpassen
Alleen bij een gefocust oog beschikken wij over het gezichtsvermogen dat nodig is om ook bij geringe verlichtingssterktes kleuren, details en structuren te kunnen herkennen. Ons visuele systeem heeft enkele minuten nodig om zich aan te passen: van het verlichtingsniveau van de buitenruimte of van een foyer met een overvloed aan daglicht naar de lichtsterkte in ruimten met lichtgevoelige expositiestukken. Leid bezoekers daarom voorzichtig mee naar donkere ruimten. Voorkom bovendien verblinding; zowel in de vorm van directe verblinding door armaturen als door reflecties op objecten.

3. Maak gebruik van de kracht van de visuele waarneming
De mens neemt niet ieder object in het gezichtsveld zonder onderscheid waar. In musea bestaat, naast de specifieke informatiebehoefte, een andere fundamentele behoefte om zich over zijn omgeving te informeren. Lichtsterktehiërarchieën zijn bestemd om de oriëntatie te vergemakkelijken. Aangezien wij het lichtste punt in onze omgeving als het belangrijkste interpreteren, laten bezoekers zich ook naar donkere zones van de tentoonstelling leiden, wanneer lichtongevoelige expositiestukken een contrastrijk accent krijgen.

4. Plan met het donker als uitgangspunt
Accentverlichting benadrukt schilderijen en sculpturen. De contrastverhouding met de achtergrond bepaalt, hoeveel aandacht het expositiestuk trekt. Ideaal zijn lichtsterkteverschillen van 1:5 tot 1:10 tussen omgeving en kunstwerk. Bij een goede antiverblinding en een gefocust oog kunnen kunstwerken op die wijze reeds met 50lx kort en krachtig worden geaccentueerd. Om de waarneming van contrasten voor extreem lage verlichtingssterktes te verhogen, zijn donkere ruimteoppervlakken geschikt, zodat expositiestukken licht op de voorgrond kunnen verschijnen.