Van de catalogus van de collectie tot en met het lichtconcept
Kunst verlichten en behouden
Verlichting van expositiestukken in musea volgens CIE 157:2004: toewijzing van materiaalcategorieën voor expositiestukken, vastlegging van de verlichting van kunst alsmede indeling in verlichtingsklassen voor tentoonstellingen.
1. Spectrale gevoeligheid van de collectieobjecten bepalen
Afhankelijk van hun moleculaire structuur reageren materialen verschillend op het spectrum van een lichtbron. Niet alle musea beschikken daarbij over de technologie of het budget om de spectrale gevoeligheid van hun collectieobjecten individueel te bepalen. Als oriëntatie en ordeningscriterium gelden daarvoor de materiaalcategorieën volgens CIE 157:2004.
2. Acceptabele mate van verlichting berekenen
Aan de vier materiaalcategorieën kan een verlichting worden toegewezen die het tijdstip van een net waarneembare kleurverandering beschrijft. Op deze wijze kunnen tentoonstellingsmakers de maximale belichting voorschrijven en zo het behoud van hun expositiestukken beheersen (zie CIE 157:2004).
3. Soort verlichting toewijzen
Aangezien sterke luminantiewisselingen het kijkvermogen van de bezoeker negatief beïnvloeden, is het belangrijk om een gedefinieerde verlichtingsomgeving te scheppen die voldoende tijd voor adaptie biedt. Verlichtingsklassen helpen daarbij om naast fysische ook visuele verbanden te plannen in een tentoonstelling.


