De mantra van 50lx: oorsprong en toepassing
Museumverlichting met 50lx
Waar komt referentiewaarde 50lx vandaan?
Een verlichtingssterkte van 50lx heeft zich onder tentoonstellingsontwerpers ontwikkeld tot een standaard voor de verlichting van lichtgevoelige expositiestukken in musea en galerieën. 50lx kan echter niet conservatoir worden onderbouwd, maar voldoet aan een verlichtingsniveau waardoor een jonge persoon met een gefocust oog in staat is om een object met lichte kleuren, geringe details en minder complexe structuren goed te herkennen. De waarde beschrijft daardoor een grensbereik van de visuele waarneming. Donkere en gedetailleerde expositiestukken moeten voor een vergelijkbaar effect dienovereenkomstig meer worden verlicht. Ook de leeftijd van de bezoeker is van invloed. Ouderen hebben voor dezelfde visuele beleving gedeeltelijk de twee- tot drievoudige verlichtingssterkte nodig.
Is de verlichtingssterkte een geschikte maatstaf?
Het plannen met verlichtingssterktes is vaak een vereenvoudiging die komt uit de praktijk. De verlichtingssterkte in lx is een maatstaf voor de straling die op een vlak terechtkomt, gewogen met de spectrale gevoeligheid van het oog van de mens. Deze voldoet echter niet aan de spectrale gevoeligheid van materialen die kenmerkend zijn voor musea. Musea zouden de spectrale gevoeligheid van hun expositiestukken eigenlijk individueel moeten meten om de verlichting van gevoelige objecten te bepalen. Ze beschikken echter zelden over de daarvoor benodigde technologie of het budget. Verlichtingssterktes kunnen daarentegen gemakkelijk worden gemeten en berekend. Voor spectra met een lage relatieve beschadigingsfactor zijn deze daarom een vereenvoudiging die handig is in praktijksituaties.

