myERCO
myERCO
Met uw kosteloos myERCO account kunt u artikelen noteren, productlijsten voor uw projecten aanmaken en offertes aanvragen. Bovendien heeft u continu toegang tot alle ERCO media in het downloadgedeelte.
U hebt artikelen in uw aantekenlijst
Technische omgeving
Technische omgeving
Globale standaard 220V-240V/50Hz-60Hz
Standaard VS/Canada 120V/60Hz, 277V/60Hz
  • 中文

Wij tonen u onze inhoud in het Nederlands. Productgegevens worden voor een technische omgeving met 220V-240V/50Hz-60Hz weergegeven.

Gebruikersvriendelijker voor u
ERCO wil u de beste service bieden die mogelijk is. Daarom slaat deze website cookies op. Door het verdere gebruik van de website verklaart u zich akkoord met het gebruik van cookies. Meer informatie treft u in onze verklaring betreffende gegevensbescherming aan. Als u klikt op „Niet akkoord“ worden verder essentiële cookies geplaatst. Bepaalde inhoud van externe sites kan niet meer worden weergegeven.
Woordenlijst 4014

Woordenlijst

A
  • Aansluitvermogen
    De som van de nominale vermogens van alle elektrische verbruiksapparaten resulteert in het aansluitvermogen.


  • Aansluitvermogen van de verlichting
    Het maximale vermogen van de totale verlichtingsinstallatie, onafhankelijk van het daadwerkelijke energieverbruik.


  • Absorptie
    Vermogen van stoffen om licht noch te reflecteren noch te transmitteren. De maatstaf is de absorptiegraad die is gedefinieerd als de verhouding van de geabsorbeerde ten opzichte van de neerkomende lichtstroom.


  • Accentverlichting
    Het benadrukken van individuele, ruimtelijke zones of objecten door gerichte verlichting die verder gaat dan het niveau van de algemene verlichting.


  • Accommodatie
    Aanpassing van het oog om objecten op verschillende afstanden scherp te kunnen afbeelden. Gebeurt door vervorming van de ooglens.


  • Adapter
    Element voor de mechanische en elektrische verbinding van een armatuur, met name van een spot of breedstraler, met een spanningsrail.


  • Adaptie
    Aanpassing van het oog aan de luminantie in het gezichtsveld. Gebeurt eerst door vergroting of verkleining van de pupillen, maar in veel grotere omvang echter door de gevoeligheidsverandering van de netvliesreceptoren en het wisselen tussen fotopisch zien en scotopisch zien (zie ook oog).


  • Additieve kleurmenging
    Benaming voor de menging van kleuren door het toevoegen van golflengtegebieden. De kleuren van de additieve kleurmenging zijn volgens de drie-kleurentheorie de complementaire kleuren van de basiskleuren (rood, groen, blauw). Het gelijkmatig mengen van de drie basiskleuren produceert wit licht.


  • Afschermingshoek
    Bij downlights is dit de hoek tussen de horizontale en een rechte lijn die van de rand van de armatuur naar de rand van de lichtbron verloopt. Naast de cut-off is dit een maatstaf voor het visual comfort van een armatuur.


  • Afstandswet, fotometrische
    Wet die de verlichtingssterkte als functie van de afstand van de lichtbron beschrijft. De verlichtingssterkte neemt daarbij met het kwadraat van de afstand af.


  • Algemene verlichting
    Uniforme verlichting van een volledige ruimte zonder de individuele kijktaken in acht te nemen.


  • Anti-verblindingskap
    Anti-verblindingselement voor de cut-off van de direct lichtaandelen van de lamp in de straalrichting van de armatuur. De lichtbundel wordt tot de hoofdstralingsrichting begrensd en de strooilichtaandelen worden verminderd resp. voorkomen.


  • Anti-verblindingsklep
    Benaming voor rechthoekig gerangschikte anti-verblindingskappen, zoals deze vooral bij toneelschijnwerpers worden gebruikt om de directe verblinding te verminderen.


  • Architectuur gebaseerd op zonne-energie en daglicht
    Architectuur die zich richt op het gebruik van zonne-energie en daglicht als energie- en lichtbron.


  • Architectuurbelichting
    Benaming voor verlichtingsconcepten met daglicht en kunstlicht, waarbij de technische oplossing een integraal onderdeel van de architectuur is.


  • Armatuur
    Object dat een lamp bevat en is bestemd voor verlichting. De lamp wordt via de fitting vastgezet. Reflectoren zijn bestemd om licht ergens heen te leiden. Armaturen kunnen bijvoorbeeld als inbouw-, opbouw-, pendel- of staande armatuur vast in de architectuur worden geïnstalleerd, of kunnen als verplaatsbare armaturen voor spanningsrails variabel in de lichtrichting worden uitgelijnd.


  • Armatuur voor lineaire lichtbron
    Gebruikelijke benaming voor met fluorescentielampen uitgevoerde, rechthoekig-langwerpige armaturen (lange veldarmaturen), vaak uitgevoerd met spiegel-, prisma- of anti-verblindingsrasters.


B
  • Bedrijfsapparaten
    Inrichtingen die voor het bedrijf van lichtbronnen nodig zijn. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om stroombegrenzende voorschakelapparaten en start- resp. ontstekingsapparaten voor het bedrijf van ontladingslampen, alsmede om transformatoren voor het bedrijf van laagspannings-halogeenlampen.


  • Bedrijfsrendement van de armatuur
    Het bedrijfsrendement van de armatuur is de verhouding van de afgegeven lichtstroom ten opzichte van de in de armatuur gegenereerde lichtstroom van de lamp. Dit wordt als LOR (light output ratio) aangegeven.


  • Bescherming tegen verblinding
    Beschermingsmaatregelen tegen de zon


  • Beschermingsgraad
    Identificatie van de veiligheid van een armatuur. De combinatie van twee cijfers vermeldt in welke mate de armatuur is beschermd tegen het indringen van vreemde voorwerpen en water.


  • Beschermingsklasse
    Bij armaturen de identificatie van de maatregel die voorkomt dat metalen delen, die kunnen worden aangeraakt, bij storingen onder spanning staan.


  • Beschermingsmaatregelen tegen de zon
    Technische maatregelen op basis van absorptie, reflectie en refractie voor de controle van het directe zonlicht. Het doel is de verhoging van het visual comfort (bescherming tegen verblinding), alsmede de reductie van de warmtebelasting in de ruimte.


  • Breedstraler
    Armatuur met een brede lichtstraling die door draaien en zwenken op gewenste punten in de ruimte kan worden gericht; wordt bij voorkeur gebruikt aan spanningsrails.


  • Breking
    Richtingswijziging van het licht bij de wisseling tussen media met een verschillende dichtheid. De breekkracht van een medium wordt aangegeven door de brekingsindex.


  • Breking
    Breking


C
  • Candela, cd
    Eenheid van de lichtsterkte; basisgrootte van de lichttechniek. 1 cd is gedefinieerd als de lichtsterkte die wordt afgegeven door een monochromatische lichtbron met een uitgestraald vermogen van 1/683 W bij 555 nm.


  • Compacte fluorescentielamp
    Fluorescentielampen die door een combinatie van verschillende korte ontladingsbuizen of een geplooide ontladingsbuis zeer compacte afmetingen bereiken. Compacte fluorescentielampen hebben een sokkel aan één zijde.


  • Compacte schijnwerper
    Spots met optische systemen die projecties met gobo's en tekstsjablonen bij verschillende uitrustingen met lampen mogelijk maken. Afhankelijk van het optische verlichtingssysteem van het beeldtoneel wordt een onderscheid gemaakt tussen condensorschijnwerpers en ellipsoïde schijnwerpers.


  • Condensorschijnwerper
    Compacte schijnwerper


  • Contrast
    Verschil in luminantie of kleur tussen twee objecten of een object en zijn omgeving. Als het contrast vermindert, wordt de kijktaak moeilijker.


  • Contrastweergave
    Criterium voor de begrenzing van de verblinding door reflectie. Het luminantiecontrast wordt hierbij door de luminantieverhouding (CRF) beschreven die is gedefinieerd als de verhouding van het luminantiecontrast van de kijktaak bij de betreffende verlichting tot het luminantiecontrast bij referentieverlichting.


  • Coolbeam
    Coolbeam-reflector


  • Coolbeam-reflector
    Dichroïde reflector die hoofdzakelijk zichtbaar licht reflecteert, infrarode straling daarentegen transmitteert (glasreflectoren) of absorbeert (metalen reflectoren). Coolbeam-reflectoren leiden tot een geringere warmtebelasting van bestraalde objecten. Gebruikelijke benamingen zijn coolbeam- of multimirror-reflector.


  • Cut-off
    Hoek boven welke geen gerichte reflectie van de lichtbron in de reflector zichtbaar is. Bij darklight-reflectoren is de cut-off identiek aan de afschermingshoek.


D
  • Daglicht
    Daglicht omvat zowel direct, gericht zonlicht met omgevend hemellicht als het diffuse licht van de bewolkte hemel. De verlichtingssterktes van daglicht liggen ver boven de verlichtingssterktes van kunstmatige verlichting.


  • Daglichtfactor
    Verhouding van de door daglicht gegenereerde verlichtingssterkte op de gebruikshoogte van een ruimte ten opzichte van de verlichtingssterkte buiten. De daglichtfactor kan in de daglichtsimulator worden gemeten.


  • Daglichtsimulator
    Daglichtsimulator


  • Daglichtsimulator
    Technisch mechanisme voor de simulatie van zon- en daglicht. Daglicht wordt ofwel door een halfbolvormige opstelling van talloze armaturen gesimuleerd, of door een veelzijdige reflectie van een verlicht plafond in een weerspiegelende ruimte. Zonlicht wordt door een paraboolspot gesimuleerd die de beweging van de baan van de zon gedurende een dag of jaar volgt. Een daglichtsimulator maakt modelsimulaties van de licht- en schaduwverhoudingen van ontworpen gebouwen, het testen van elementen die het licht ergens heen leiden, en de meting van daglichtfactoren op het model mogelijk.


  • Daglichtsystemen
    Technische maatregelen op basis van reflectie en refractie in de venster- en bovenlichtzones om de voorziening van een ruimte met daglicht te verbeteren en om daarmee het elektrische energieverbruik te verminderen.


  • Daglichtwit, tw
    Lichtkleur


  • DALI
    Afkorting van Digital Addressable Lighting Interface


  • Dark Sky
    Begrip in de lichtplanning voor een verlichting die lichtvervuiling in de buitenruimte vermijdt om de oplichting van de hemel in de nacht uit te sluiten.


  • Dark Sky-techniek
    Speciale reflectortechniek waarbij geen lichtstraling boven de armatuur aanwezig is om lichtvervuiling te voorkomen.


  • Darklight-techniek
    Speciale reflectortechniek waarbij de toeschouwer niet wordt verblind, mits de lamp in de afschermhoek van de reflector ligt. De afschermingshoek van de lamp en de cut-off van de reflector zijn identiek. De Dark Light-techniek biedt bij een maximum aan visual comfort een optimale efficiency.


  • Depreciatiefactor
    Planningsfactor


  • Dichroïde reflector
    Coolbeam-reflector


  • Diffusor
    Optisch element voor de verstrooiing van lichtstralen om de lichtbundel zacht te tekenen. Aan de armatuur is de diffusor bestemd voor de reductie van de verlichtingssterkte van de lamp. Deze kan op die manier de verblinding verminderen.


  • Diffuus licht
    Diffuus licht gaat uit van grote, stralende vlakken. Het genereert daarbij een gelijkmatige, zachte verlichting met geringe modellering en sprankeling.


  • Digital Addressable Lighting Interface
    Digitaal stuurprotocol voor de lichtregeling in de architectuur. Het systeem maakt de individuele aansturing van armaturen mogelijk en kan als ondergeschikt, zelfstandig systeem in technische gebouwbeheersystemen worden geïntegreerd.


  • Dimmer
    Regelinrichting voor het traploos regelen van de lichtstroom van een lichtbron door verliesarm werkende fase-aansnijbesturing. Mogelijk bij gloeilampen, laagspannings-halogeenlampen en fluorescentielampen. Dimmen van hogedruk-gasontladingslampen is technisch mogelijk, echter niet zo gebruikelijk.


  • Directe verlichting
    De door armaturen direct op de gebruikshoogte afgegeven verlichting; bijvoorbeeld door downlights.


  • DMX
    Afkorting van Digital Multiplexed. Het digitale regelprotocol wordt vooral bij de lichtregeling voor toneelverlichting gebruikt.


  • Dominante golflengte
    Meetgrootte voor de samenvatting van een kleurmenging bij een golflengte. In de kleurdefinitie CIE kan de dominante golflengte door de verlenging van een lijn van het witpunt door de gegeven kleurenlocatie op de spectrale kleurlijn worden berekend. Daar tegenover ligt de complementaire golflengte. De dominante golflengte dient onder andere voor de kleurclassificatie van LED's.


  • Downlight
    Een compacte armatuur met een ronde of hoekige opening. Downlights zijn voorzien voor plafondinbouw-, plafondopbouw- of pendelmontage. Hun licht is overwegend, echter niet uitsluitend, omlaag op de horizontale vlakken gericht.


  • Downlight-dubbele wallwasher
    Een armatuur die voor de gelijkmatige verlichting van parallelle wanden in gangen en de vloer is bestemd.


  • Downlight-wallwasher
    Armatuur met een combinatie van darklight-reflector en ellipsoïdereflector die bij een grootste visual comfort dat mogelijk is, een gelijkmatige wandverlichting genereert. De voorwaarde is een gelijkmatige aaneenschakeling van de wallwashers parallel ten opzichte van de wand.


  • Dubbelfocus-downlight
    Downlight met elliptisch reflectorsysteem en darklight-reflector als armatuurafsluiting; biedt bij de meest kleine plafondopening een maximale lichtcapaciteit.


  • Dubbelfocus-wallwasher
    Een armatuur, die voor de gelijkmatige verlichting van wanden is bestemd. Het optisch systeem bundelt het licht in een tweede brandpunt en emitteert alleen gereflecteerd licht. Dit maakt een totale cut-off van de lamp mogelijk voor beter visual comfort.


E
  • Elektronisch voorschakelapparaat
    Voorschakelapparaat


  • Ellipsoïde schijnwerper
    Compacte schijnwerper


  • Elliptische reflector
    Reflector


  • Etalageverlichting
    Officieel nauw verbonden met de verlichting van winkelruimten. Deze omvat hoofdzakelijk het gebruik van accentverlichting met vaak toneelachtige ensceneringen met gebruik van gekleurd licht, lichtprojecties en dynamische lichtregeling.


  • Ethernet
    Gegevensnetwerktechiek voor lokale netwerken die een gegevensuitwisseling tussen alle apparaten mogelijk maakt die op een lokaal netwerk LAN zijn aangesloten.


  • Eulumdat
    Europees gegevensformat voor lumen voor het beschrijven van de lichtsterkteverdeling van armaturen.


  • EVA
    Afkorting van elektronisch voorschakelapparaat.


F
  • Facettenreflector
    Reflector met egale elementen met facetten, die een evenwichtige lichtbundel genereert als hoogglanzende, conventionele reflector.


  • Fading
    Fading van lichtscènes. Activering betekent het oproepen van een lichtscène. Verbergen markeert het einde van de lichtscène.


  • Fadingtijd
    De duur en het zichtbaar maken en verbergen van de lichtscènewisseling wordt bepaald via de fadingtijd.


  • Fase-aansnijtechniek
    Methode voor de regeling van de lichtsterkte, waarbij met behulp van de aansnij van wisselstroomgolven het verbruik van lampen wordt aangestuurd. Bij de fase-aansnijtechniek wordt de stroom met een vertraging na de nuldoorgang van de wisselspanning ingeschakeld en tot aan de volgende nuldoorgang aangehouden. Dimmers met fase-aansnijtechniek zijn meestal niet geschikt voor fluorescentielampen of compacte fluorescentielampen. De fase-aansnijtechniek is bestemd voor de regeling van conventionele bedrijfsapparaten.


  • Fase-afsnijtechniek
    Methode voor de regeling van de lichtsterkte, waarbij met behulp van de afsnij van wisselstroomgolven het verbruik van lampen wordt aangestuurd. Bij de fase-afsnijtechniek wordt de stroom zonder vertraging na de nuldoorgang van de wisselspanning ingeschakeld en voor de volgende nuldoorgang uitgeschakeld. De fase-afsnijtechniek is bestemd voor de regeling van elektronische bedrijfsapparaten.


  • Filter
    Optisch effectieve elementen met selectieve transmissie. Er wordt slechts een deel van de neerkomende straling doorgelaten, waarbij kleurrijk licht wordt gegeneerd of onzichtbare stralingsaandelen (ultraviolet, infrarood) worden uitgefilterd. Filtereffecten kunnen door absorptie (absorptiefilter) of reflectie (reflectiefilter) worden gegenereerd. Interferentiefilters zijn door opgedampte, speciale lagen effectieve reflectiefilters.


  • Fitting
    Houder om de lamp in de armatuur te bevestigen en de elektrische verbinding met het stroomnet tot stand te brengen. Typische fittingen zijn schroefdraad, bajonetfitting en tweepins-sokkelfitting. Het type fitting wordt in het lampenregistratiesysteem geregistreerd.


  • Flood
    Gebruikelijk kenmerk voor breed stralende reflectoren of reflectorlampen.


  • Fluorescentie
    Bij de fluorescentie worden stoffen met behulp van straling geprikkeld en gaan deze oplichten. Daarbij is de golflengte van het afgegeven licht telkens groter dan de golflengte van de prikkelende straling. Fluorescentie wordt vooral technisch toegepast bij fluorescerende stoffen die ultraviolette straling in zichtbaar licht omzetten.


  • Fluorescentielamp
    Met kwikzilverdamp gevulde, buisvormige lagedruk-ontladingslampen. De door de kwikzilverontlading gegenereerde ultraviolette straling wordt door op de binnenzijde van de ontladingsbuis aangebrachte, fluorescerende stoffen in zichtbaar licht omgezet. Door verschillende fluorescerende stoffen worden een reeks lichtkleuren en verschillende kleurweergavekwaliteiten bereikt. De fluorescentielamp beschikt doorgaans over verhitte elektroden en kan op die manier met in vergelijking lage spanningen worden gestart. Fluorescentielampen hebben starters en voorschakelapparaten respectievelijk elektronische voorschakelapparaten nodig.


  • Fotometrische afstandswet
    Afstandswet, fotometrisch


  • Fotometrische afstandswet
    Afstandswet


  • Fotopisch zien
    Ook: fotopisch zien. Zien bij de adaptatie aan luminanties van meer dan 3 cd/m2. Fotopisch zien gebeurt met de kegeltjes. Dit concentreert zich daarom op het gebied van de fovea. De gezichtsscherpte is hoog. Het is mogelijk om kleuren waar te nemen.


  • Fotopisch zien
    Fotopisch zien


  • Fotopisch zien
    Fotopisch zien


  • Fovea
    Oog


  • Fresnellens
    Fresnellens waarbij het effect door een vlakke opstelling van lenzensegmenten wordt bereikt. Fresnellenzen worden vooral gebruikt bij toneelschijnwerpers en spots met een verstelbare stralingshoek.


G
  • Gateway
    Protocolomzetter die de communicatie van verschillende protocollen in een netwerk mogelijk maakt.


  • Gericht licht
    Gericht licht gaat uit van puntlichtbronnen. Dit beschikt over een voorkeursrichting en zorgt op die manier voor modellering en sprankelende werkingen. Ook vrijstralende puntlichtbronnen genereren gericht licht. Die daarbij in de ruimte wisselende voorkeursrichtingen van het licht worden echter meestal door licht ergens heen te leiden tot een uniform uitgelijnde lichtbundel gebundeld.


  • Gezichtshoek
    Hoek waaronder een bekeken object wordt waargenomen. Maatstaf voor de grootte van de afbeelding van het object op het netvlies.


  • Gezichtsscherpte
    Vermogen van het oog om details waar te nemen. De maatstaf is de gezichtsscherpte die is gedefinieerd als keerwaarde van de grootte van de kleinst waarneembare details een overeengekomen kijktaak in boogminuten.


  • Gezichtsvermogen
    Uitdrukking voor het op te brengen waarnemingsvermogen van het oog respectievelijk de visuele eigenschappen van het waar te nemen voorwerp. Een kijktaak wordt moeilijker, wanneer de kleur- of het luminantiecontrast kleiner wordt, alsmede wanneer het formaat van details kleiner wordt.


  • Global illumination
    Rekenproces waarbij in de driedimensionale computergrafiek de simulatie van alle mogelijkheden van de uitbreiding wordt omschreven.


  • Globale straling
    Som van zonnestraling en de omgevende straling van de lucht.


  • Gloeiherontsteking
    Nieuwe ontsteking na het uitschakelen of na een stroomonderbreking. Talloze ontladingslampen kunnen pas na een afkoelfase weer worden ontstoken. Onmiddellijk opnieuw ontsteken is alleen mogelijk door speciale hoogspanning-ontstekingsapparaten.


  • Gloeilamp
    Gloeilamp waarbij het licht door het verhitten van een wolfraam gloeispiraal wordt gegenereerd. De gloeispiraal zit dan in een glaskolf die met een inert gas (stikstof of edelgas) is gevuld om de oxidatie van de spiraal te voorkomen en het verdampen van het spiraalmateriaal te vertragen. Er zijn gloeilampen in talloze vormen. Hoofdgroepen zijn de A-lamp (multipurpose-lampen) met druppelvormige, heldere of gematteerde kolven, de reflectorlamp met verschillende binnenweerspiegelingen en de PAR-lamp van persglas met geïntegreerde paraboolreflector.


  • Gloeilamp
    Stralingsbron die door verhitting van een materiaal licht afgeeft. Normaal gesproken is dit wolfraam als spiraalmateriaal van gloeilampen.


  • Gobo
    In de spotverlichting gebruikelijke term voor een masker of beeldsjabloon dat/die met behulp van een afbeeldend optisch systeem wordt geprojecteerd en lichteffecten genereert.


H
  • Halogeen-gloeilamp
    Compacte gloeilamp met een extra halogeenvulling die afzetting voorkomt van verdampt spiraalmateriaal op de kolf van de lamp. Halogeengloeilampen beschikken over een ten opzichte van multipurpose-lampen hoger rendement en langere levensduur.


  • Halogeen-metaaldamplamp
    Hogedruk-gasontladingslamp met een lampvulling uit metaalhalogeniden. Door de beschikbaarheid van talloze uitgangsstoffen kunnen metaaldampmengsels worden gegenereerd die bij de ontlading resulteren in hoge rendementen en een goede kleurweergave.


  • HDR
    Afkorting van High Dynamic Range


  • High Dynamic Range
    Benaming voor een zeer hoge contrastverhouding in een digitaal beeld. Beelden in een HDR-formaat zijn in staat om een hoger lichtdichtheidscontrast op te slaan dan bij de Low Dynamic Range met 255 nuanceringen.


  • Hogedruk-gasontladingslampen
    Tot deze klasse behoren kwikzilverdamplampen, halogeen-metaaldamplampen en natriumdamp-hogedruklampen.


  • Honingraatraster
    Anti-verblindingselement met wafelvormige structuur voor begrenzing van de lichtbundel en vermindering van de verblinding.


  • Hoofdlicht
    Soort verlichting dat door een accentverlichting wezenlijk de waarneming bepaalt van een object of een situatie. Ter voorkoming van harde contrasten is een invullicht bestemd.


  • Hotelverlichting
    Openbare zone met bijzonder hoge eisen aan de kwaliteit van de lichtplanning. Deze omvat verlichting bij de ingang die is gericht op de architectuur, sfeervolle verlichting in de restaurantzone, multifunctionele verlichting in congrescentra, energiezuinige verlichting in verkeerszones en privélichtsferen in de kamers.


  • Hub
    Knooppunt voor de verbinding van netwerksegmenten of ook wel hubs genoemd, bijvoorbeeld door ethernet.


I
  • Identificatie armatuur
    Lichttechnische identificatie gebeurt door het lichtsterkteverdelingsdiagram en het bedrijfsrendement, alsmede door het lamptype en het maximale lampvermogen; veiligheidstechnische identificatie gebeurt door de beschermingsklasse en de beschermingsgraad.


  • IES
    Internationaal gegevensformat voor het beschrijven van de lichtsterkteverdeling van armaturen.


  • Indirecte verlichting
    De door armaturen op de gebruikshoogte via reflectievlakken indirect afgegeven verlichting, bijvoorbeeld door uplights.


  • Infrarode straling
    Onzichtbare warmtestraling in het golflengtebereik > 780 nm. Infrarode straling wordt door alle lichtbronnen gegenereerd, maar met name door gloeilampen. Hier vormt deze het grootste deel van de afgegeven straling.


  • Interferentie
    Fysische verschijning bij overlapping van de fasenverschoven golven die tot de selectieve afzwakking van golfbereiken kan leiden. Interferentie wordt in filters en reflectoren voor selectieve transmissie resp. reflectie gebruikt.


  • Interferentiefilter
    Filter


  • Invullicht
    Verlichtingstype dat met een zacht licht onopvallend een object, een situatie of een schaduw oplicht zonder dat dit door de toeschouwer bewust wordt waargenomen. Het invullicht vult het hoofdlicht aan.


  • Isolux-diagram
    Diagram voor de weergave van luminantieverdelingen, waarbij op een overeenkomstige hoogte lijnen van dezelfde luminantie worden getoond.


  • Isolux-diagram
    Diagram voor de weergave van verdelingen van verlichtingssterktes, waarbij op een overeenkomstige hoogte lijnen met dezelfde verlichtingssterkte worden getoond.


J
K
  • Kantoorverlichting
    Is speciaal gericht op de vereisten voor beeldschermstations. Zie Verlichting beeldschermstations. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene verlichting, algemene verlichting die op de werkplek is gericht, en individuele werkplekverlichting.


  • Kegeltjes
    Oog


  • Keramisch element
    Ontladingsbuis van hogedruk-gasontladingslampen. De techniek met keramische elementen biedt in vergelijking met de kwartstechnologie een betere kleurstabiliteit en een hoger rendement.


  • Kleuradaptatie
    Aanpassing van het oog aan de lichtkleur
    van een omgeving. Maakt in grote mate een
    natuurlijke kleurwaarneming mogelijk bij verschillende lichtkleuren.


  • Kleurcompensatie
    Procedure in de lichttechniek voor de correctie van lichtkleuren van verschillende armaturen met RGB-kleurmenging om bij verlichtingstaken een uniforme kleurindruk te waarborgen.


  • Kleurdefinitie CIE
    Systeem voor de cijfermatige berekening van licht- en huiskleuren. De kleurdefinitie CIE is een tweedimensionaal diagram, waarin de kleurlocaties van alle kleuren en kleurmengsels in verzadigingstrappen van de zuivere kleur tot aan wit worden aangetroffen en door hun xy-coördinaten numeriek kunnen worden beschreven. Kleurmengsels staan telkens op een rechte lijn tussen de te mengen kleuren. De lichtkleur van gloeilampen ligt op een gedefinieerd curveverloop, de zogenaamde Planck-curve.


  • Kleurfilter
    Filter


  • Kleurmenging
    In de lichttechniek worden bij de additieve kleurmenging door rood, groen en blauw spectrale gedeelten toegevoegd om mengkleuren te verkrijgen. Alle drie basiskleuren resulteren als som in wit licht. De subtractieve kleurmenging gaat uit van de basiskleuren cyaan, geel en magenta en filtert de spectrale aandelen eruit.


  • Kleurtemperatuur
    Identificatie van de lichtkleur van een lichtbron. Deze voldoet bij gloeilampen bij benadering aan de daadwerkelijke temperatuur van de lampspiraal in graden kelvin (K). Bij ontladingslampen wordt de overeenkomstige kleurtemperatuur aangegeven. Dit is de temperatuur waarbij een gloeilamp licht van een vergelijkbare kleur afgeeft.


  • Kleurverzadiging
    Grootte voor de intensiteit van een kleur tussen de zuivere kleur en het witpunt in kleurdefinitie CIE. Deze behoort met de kleur en de lichtsterkte tot de drie fundamentele eigenschappen van een kleur. De kleurverzadiging wordt doorgaans in procent aangegeven.


  • Kleurweergave
    Kwaliteit van de kleurweergave bij een bepaalde verlichting. De mate van kleurafwijking ten opzichte van een referentielichtbron wordt aangegeven door de kleurweergave-index Ra respectievelijk de kleurweergaveklasse.


  • Kleurweergave-index
    Mate van de kleurvervalsing onder een bepaalde verlichting in vergelijking met een referentielichtbron. Het optimum van de kleurweergave-index Ra ligt bij 100.


  • KNX
    Afkorting van Konnex. Digitaal gestandaardiseerd systeem voor de regeling in gebouwen voor bijvoorbeeld verlichting, verwarming en ventilatie.


  • Kruisraster
    Anti-verblindingselement voor de verbetering van het visual comfort. Het kruisvormige raster vermindert de blik op de reflector en de lamp.


  • KVG
    Afkorting voor conventioneel voorschakelapparaat


  • Kwikzilverdamplamp
    Hogedruk-ontladingslamp met kwikzilverdampvulling. Ten opzichte van de vrijwel uitsluitend ultraviolette straling uitstralende lagedrukontlading genereert kwikzilverdamp onder hoge druk zichtbaar licht, in elk geval met een gering aandeel aan rood. Door extra fluorescerende stoffen kan het aandeel aan rood worden aangevuld en de kleurweergave worden verbeterd.


L
  • Laagspannings-halogeenlamp
    Met lage spanning (meestal 6, 12, 24 V) bediende, zeer compacte halogeen-gloeilampen. Vaak ook met geïntegreerde metaal- of coolbeam-reflector.


  • Lagedruk-ontladingslamp
    Tot deze klasse behoren de fluorescentielampen en de compacte fluorescentielampen.


  • Lamp
    Elektrische lichtbron, bijvoorbeeld gloeilampen, ontladingslampen, LED's. In een armatuur is de lamp bestemd voor de lichtproductie en kan zijn licht via reflectoren naar objecten worden geleid.


  • Lamp
    Lamp


  • Lampenlevensduur
    Levensduur van een lamp. Bij gloeilampen past de levensduur zich aan volgens uitval van 50% van de lampen. Bij ontladingslampen en LED's wordt de levensduur tot aan de reductie van de lichtstroom van de installatie op 50% door uitval van lampen en reductie van de lichtstroom berekend.


  • Lampenlevensduurfactor
    Rekenwaarde voor het onderhoudsschema van een verlichtingsinstallatie die rekening houdt met de afwijking van de levensduur van individuele lampen ten opzichte van de gemiddelde levensduur van de lamp, respectievelijk vroegtijdige uitval bij vaste onderhoudscycli.


  • Lampenlichtstroomonderhoudsfactor
    Rekenwaarde voor het onderhoudsschema van een verlichtingsinstallatie die rekening houdt met de achteruitgang van de lichtstroom ten gevolge van veroudering van de lamp.


  • Lampenregistratiesysteem
    Uniform systeem voor de benaming van elektrische lampen. De afkorting van een lamp kenmerkt onder andere het type lichtproductie, het buismateriaal resp. de gasvullingen, het vermogen en de fitting.


  • Lampsokkel
    Component van de lamp om de elektrische verbinding voor de versie van de armatuur tot stand te brengen.


  • LAN
    Afkorting voor Local Area Network. Lokaal computernetwerk als permanente installatie over korte afstanden.


  • LBS
    Afkorting voor Lamp Designation System. Uniform lampenregistratiesysteem.


  • LED
    Afkorting van Light Emitting Diode. Elektroluminescentie-spot die door recombinatie van paren draagmiddelen in een halfgeleider licht genereert. LED's genereren een smalbandig golflengtegebied. Wit licht wordt via RGB-menging of lichtconversie opgewekt.


  • Lens
    Optische element om licht ergens heen te leiden. Radius, vorm van de welving en structuur van de lens bepalen het gedrag van het optische systeem. Bij projectiespots zijn lenzensystemen bestemd voor de precieze afbeelding van gobo's. De vlakke fresnellenzen kunnen als toebehoren in spots worden gebruikt om het licht symmetrisch of asymmetrisch te verspreiden.


  • Lens-wallwasher
    Armatuur met asymmetrische lichtsterkteverdeling voor een zeer gelijkmatige wandverlichting. Het licht wordt door een lens verspreid.


  • Levensduur
    Lampenlevensduur


  • Licht ergens heen leiden
    Licht ergens heen leiden door reflectoren of lenzen wordt gebruikt om armaturen met gedefinieerde, optische eigenschappen als instrumenten voor de lichtplanning te ontwikkelen. Voor het visual comfort is het licht ergens heen leiden van doorslaggevend belang. Met behulp van het licht ergens heen leiden kan de verblinding van armaturen tot een toegelaten mate worden verminderd.


  • Licht om naar iets te kijken
    Licht om naar iets te kijken plaatst accenten. Licht werkt hier actief mee bij het overdragen van informatie, doordat belangrijke gebieden visueel worden benadrukt en minder belangrijke gebieden worden getemperd.


  • Licht om naar te kijken
    Licht om naar te kijken werkt als decoratief element. De sprankelende effecten van lichtbronnen en verlichte materialen - van de vlam van een kaars via de kroonluchter tot en met de lichtsculptuur - leveren een bijdrage aan de stemming in representatieve en sfeervolle omgevingen.


  • Licht om te zien
    Licht om te zien zorgt voor een algemene verlichting van de omgeving. Gewaarborgd wordt dat de architectuur, de objecten en de mensen erin zichtbaar zijn om oriëntatie, werken en communicatie mogelijk te maken.


  • Lichtbegrenzing
    Met name de in het tentoonstellingsbereik vereiste begrenzing van de lichtsterkte, de ultraviolette straling en de infrarode straling. Dit gebeurt door de betreffende selectie van lampen, armatuurtype alsmede filtering van de straling.


  • Lichtbestendigheid
    Benaming voor de mate waarin een materiaal door lichteffecten wordt veranderd (lichtechtheid). De lichtbestendigheid heeft met name betrekking op de verandering van kleuren; daarnaast echter ook op de verandering van het materiaal zelf.


  • Lichtbundel
    Term voor een lichtbundel van een reflector die doorgaans rotatiesymmetrisch is. Het optische systeem van de armatuur bepaalt of de gradiënt van de lichtbundelrand scherp of zacht is. Bij spots kan de lichtbundel door draaien en kantelen flexibel worden uitgelijnd.


  • Lichtbundelaansnij
    Hyperboolvormige aansnij van een lichtbundel, bijv. op een wand door downlights.


  • Lichtbundeldoorsnede
    Doorsnede van een lichtbundel. De lichtbundeldoorsnede resulteert uit de stralingshoek en de afstand tot de armatuur.


  • Lichtconversie
    Conversie van een aanwezig spectrum in een ander spectrum door middel van fluorescerende stoffen.
    Deze techniek wordt gebruikt bij LED's of bij fluorescentielampen om uit ultraviolette straling zichtbaar licht te genereren.


  • Lichtgeleider
    Optisch instrument om het licht te leiden in gewenste, ook gebogen trajecten. Licht wordt hierbij door de totale reflectie in cilindrische, massieve of holle leidingen uit transparant materiaal (glas- of kunststof vezels, -slangen, -staven) getransporteerd.


  • Lichtkleur
    Kleur van het door een lamp afgegeven licht. De lichtkleur kan door xy-coördinaten als kleurlocatie in de kleurdefinitie CIE, bij witte lichtkleuren ook als kleurtemperatuur worden aangegeven. Voor witte lichtkleuren bestaat bovendien een grove classificatie in de lichtkleuren warmwit (ww), neutraalwit (nw) en daglichtwit (tw). Dezelfde lichtkleuren kunnen verschillende spectrale verdelingen en een overeenkomstig verschillende kleurweergave hebben.


  • Lichtmeter
    Apparaat voor het meten van lichttechnische grootheden (fotometrie). De gemeten grootheid is primair de verlichtingssterkte. Andere grootheden worden uit de verlichtingssterkte afgeleid. Lichtmeters zijn aan de spectrale gevoeligheid voor lichtsterkte van het oog aangepast. Speciale meters (goniofotometer) zijn nodig voor de berekening van de lichtsterkteverdeling van armaturen.


  • Lichtrendement in een ruimte
    Het lichtrendement in een ruimte beschrijft de invloed van de geometrie van de ruimte en de reflectiefactoren van de ruimtebegrenzende vlakken op de grootte van de lichtstroom die op een gedefinieerde gebruikshoogte neerkomt.


  • Lichtscène
    Lichtsituatie respectievelijk lichtsfeer met een bepaalde constellatie van helderheids- en kleurtoestanden. Via een lichtregeling kunnen lichtscènes worden opgeslagen en automatisch of met een druk op de knop worden opgeroepen.


  • Lichtsequentie
    Volgorde van verschillende, opeenvolgende lichtscènes. Voor de dynamische lichtenscenering wordt via een lichtregeling de volgorde van lichtscènes bepaald en worden de duur en de overgangen ervan gedefinieerd.


  • Lichtsterkte
    Eenheid: candela (cd)
    De lichtsterkte is de lichtstroom per ruimtehoek (lm/sr). De ruimtelijke verdeling van de lichtsterktes van een lichtbron vormt het lichtsterkteoppervlak.


  • Lichtsterkteverdelingsdiagram
    Het lichtsterkteverdelingsdiagram, LVK, resulteert als doorsnede door het lichtsterkteoppervlak dat de lichtsterkten van een lichtbron voor alle ruimtehoeken toont. Bij rotatiesymmetrische lichtbronnen kan de lichtsterkteverdeling door een enkel lichtsterkteverdelingsdiagram worden gekarakteriseerd. Bij tweezijdige lichtbronnen zijn twee of meer diagrammen vereist. Het lichtsterkteverdelingsdiagram wordt doorgaans in de vorm van een polair coördinatendiagram aangegeven. Bij schijnwerpers wordt dit in cartesiaanse coördinaten weergegeven.


  • Lichtstroom
    Andere benaming voor de lichtstroom. Het voldoet in de stralingsfysica aan het uitgestraald vermogen.


  • Lichtstroom
    Eenheid: lumen (lm)
    De lichtstroom beschrijft het gehele door een lichtbron afgegeven lichtvermogen. Deze wordt berekend uit het spectraal uitgestraald vermogen door de analyse van de spectrale gevoeligheid voor lichtsterkte van het oog.


  • Lichtstructuur
    Verbinding van individuele armaturen in een overwegend lineaire structuur die meestal aan het plafond wordt gehangen.


  • Lichtuittredingsvlak
    Hoogte van een armatuur waarop het licht naar buiten treedt. Afhankelijk van de lichttechniek beschikt een armatuur over één of verschillende hoogtes. De luminantie van het lichtuittredingsvlak is bestemd voor de anti-verblindingsevaluatie van armaturen.


  • Lichtvervuiling
    Begrip voor lichtemissie die door verlichtingssterkte, lichtrichting of spectrum in de betreffende context storingen veroorzaakt. Buiten leidt lichtvervuiling tot oplichting van de lucht bij nacht. De gevolgen zijn onder andere energieverspilling en een negatieve invloed op de flora en fauna. Vermijden van lichtvervuiling wordt in de lichtplanning ook Dark Sky genoemd.


  • Local Operating Network
    Bus-systeem voor de communicatie tussen installaties en apparaten; onder andere voor de regeling in gebouwen.


  • LON
    Afkorting voor Local Operating Network


  • Lumen, lm
    Eenheid van de lichtstroom


  • Luminantie
    Eenheid: candela/m2 (cd/m2)
    De luminantie beschrijft de helderheid van een oppervlak dat als lichtbron of door transmissie resp. reflectie licht afgeeft. De luminantie is hierbij gedefinieerd als de verhouding van lichtsterkte ten opzichte van het verticale, in de waarnemingsrichting geprojecteerde oppervlak. Oppervlakken in verschillende kleuren met dezelfde luminantie zijn even licht.


  • Luminescentie
    Verzamelterm voor alle verschijningen van licht die niet door gloeistraling worden opgeroepen (foto-, chemo-, bio-, elektro-, kathode-, thermo-, triboluminescentie).


  • Lux, lx
    Eenheid van de verlichtingssterkte


  • LVK
    Lichtsterkteverdelingsdiagram


M
  • Mesopisch zien
    Mesopisch zien


  • Mesopisch zien
    Overgangstoestand van het fotopisch zien met behulp van de kegeltjes naar het scotopisch zien met behulp van de staafjes. Kleurwaarneming en gezichtsscherpte nemen overeenkomstige tussenwaarden in. Het mesopisch zien omvat het luminantiebereik van 3 cd/m2 tot 0,01 cd/m2.


  • Modellering
    Accentuering van ruimtelijke vormen en oppervlaktestructuren door het gericht licht van puntvormige lichtbronnen. Wordt meestal beschreven onder het begrip Rijkdom aan schaduwen.


  • Multifunctionele verlichting
    Typische eis aan verlichting in hotels en congreshallen voor seminars, conferenties, ontvangsten en amusement. De multifunctionele verlichting wordt uitgevoerd met verschillende verlichtingscomponenten die separaat en additief worden geschakeld; vaak in combinatie met programmeerbare lichtregelingen.


  • Multimirror
    Coolbeam-reflector


  • Multipurpose-lamp
    Gloeilamp


  • Museumverlichting
    Speciale situatie voor de tentoonstellingsbelichting; deze stelt bijzondere eisen aan de architectuur van de verlichting, aan de lichtverdeling op de expositiestukken, alsmede aan de lichtbegrenzing.


N
  • Narrow spot
    Gebruikelijk kenmerk voor zeer smal stralende reflectoren of reflectorlampen.


  • Natriumdamp-hogedruklamp
    Hogedruk-ontladingslamp met natriumdampvulling. Aangezien bij een hoge druk agressieve natriumdamp glas kapot zou maken, bestaat de eigenlijke ontladingsbuis uit aluminiumoxide keramiek dat is omgeven door een extra ommantelde buis. De lichtkleur ligt in het warmwitte bereik. Natriumdamp-hogedruklampen hebben ontstekings- en voorschakelapparaten nodig.


  • Netspanning
    Elektrische spanning die in het stroomnet ter beschikking wordt gesteld. In de meeste gebieden op aarde is de netspanning 230 volt bij 50 Hz. Andere netspanningen vereisen een technische aanpassing van elektrische apparatuur.


  • Neutraalwit, nw
    Lichtkleur


  • Nominaal vermogen
    Het vermogen voor welk een elektrische apparaat is gedimensioneerd.


  • Noodverlichting
    Benaming voor de verlichting van vluchtwegen met noodverlichtingsarmaturen en de markering van vluchtwegen met armaturen met vluchtsymbool.


O
  • Onderhoud
    Benaming voor de maatregelen voor de storingsvrije werking van een verlichtingsinstallatie. Daarbij behoren vervanging van de lamp, reiniging van de armatuur, alsmede uitlijning van de armatuur bij spots. Als planningsfactor wordt met dit aspect in het ontwerp van een verlichtingsinstallatie rekening gehouden.


  • Onderhoudsfactor armaturen
    Rekenwaarde voor het onderhoudsschema van een verlichtingsinstallatie die rekening houdt met de achteruitgang van de lichtstroom van een armatuur ten gevolge van vervuiling en de uitvoering van de armatuur.


  • Onderhoudsfactor ruimte
    Rekenwaarde voor het onderhoudsschema van een verlichtingsinstallatie die rekening houdt met de reductie van de lichtstroom ten gevolge van de vervuiling van de ruimtebegrenzend vlakken.


  • Ontladingslamp
    Lichtbron waarbij het licht door elektrische ontlading in gassen of metaaldampen wordt gegenereerd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen lagedruk- en hogedruk-gasontladingslampen. Tot de lagedruk-ontladingslampen behoren de fluorescentielampen en de compacte fluorescentielampen. Bij hen wordt het licht door de stralingsprikkeling van de fluorescerende stoffen gegenereerd. Tot de hogedruk-gasontladingslampen behoren kwikzilverdamplampen, halogeen-metaaldamplampen en natriumdamp-hogedruklampen. Ze geven door de hoge bedrijfsdruk een intensief lichtspectrum af.


  • Ontstekingsapparaat
    Bedrijfsapparaat dat de ontsteking van ontladingslampen mogelijk maakt door het genereren van spanningspieken.


  • Oog
    Het oog is een optisch systeem waarbij het hoornvlies en de vervormbare lens zorgen voor de afbeelding van de omgeving op het netvlies. De iris zorgt door aanpassing van de pupilopening voor een grove sturing van de binnenkomende hoeveelheid licht. In het netvlies worden de neerkomende lichtprikkels door receptoren in neuronale impulsen omgezet. Het oog heeft twee receptorsystemen, te weten het staafjes- en het kegeltjessysteem. De staafjes zijn dan relatief gelijkmatig over het netvlies verdeeld. Ze zijn zeer lichtgevoelig en maken breedhoekig zien bij geringe verlichtingssterktes (scotopisch zien) mogelijk. De gezichtsscherpte is echter gering. Kleuren worden niet waargenomen. De kegeltjes zijn daarentegen voornamelijk geconcentreerd in het netvliesgroefje (fovea) dat zich in de optische as bevindt. Deze maken het mogelijk om scherp en in kleur te zien in een begrensde gezichtshoek, vereisen echter hoge verlichtingssterktes (fotopisch zien).


  • Optische cut-off
    Net zoals de cut-off toont de optische cut-off de hoek buiten welke er geen verblinding is. De hoek wordt hier niet, zoals bij de Dark light-reflector door het cut-off-effect van een reflector gegenereerd, maar uitsluitend door de lichtproject van de lens.


  • Oriëntatiearmaturen
    Vaak in officiële overeenstemming met genormeerde armaturen met vluchtsymbool. Daarbij wordt een opschrift (of symbool) op de achtergrond verlicht.


P
  • PAR-lamp
    Gloeilamp


  • Paraboolreflector
    Reflector


  • Photon mapping
    Algoritme in de lichtsimulatie dat voornamelijk als uitbreiding van de op raytracing gebaseerde methode wordt gebruikt.


  • Pictogramarmaturen
    Vaak in officiële overeenstemming met genormeerde armaturen met vluchtsymbool. Daarbij worden pictogrammen op de achtergrond verlicht.


  • Plafondinbouwarmaturen
    Downlight


  • Plafondwasher
    Armatuurtype dat individueel of in een aaneenschakeling boven ooghoogte in of op wanden wordt geplaatst. Dit verlicht het plafondgedeelte gelijkmatig en verblindingsvrij bij voorkeur met halogeen-gloeilampen, fluorescentielampen of hogedruk-gasontladingslampen.


  • Planningsfactor
    Reciproque waarde van de onderhoudsfactor; houdt bij de planning van een nieuwe installatie rekening met de verminderde werking door veroudering en uitval van lampen, en vervuiling van de installatie. De nieuwe waarde van de verlichtingssterkte is met de planningsfactor hoger dan de onderhouds- respectievelijk planningswaarde.


  • Projectie
    Optische afbeelding van een tweedimensionaal masker of een gobo op één oppervlak. Armaturen voor projectie hebben een afbeeldend, optisch systeem nodig. Door middel van het lenzensysteem kan de afbeelding scherp worden ingesteld.


  • Puntlichtbron
    Benaming voor compacte, bij benadering puntvormige lichtbronnen die licht uitstralen. Puntlichtbronnen maken een optimale afbuiging mogelijk - vooral bundeling - van het licht, terwijl lineaire of vlakke lichtbronnen met toenemende uitbreiding een toenemend diffuus licht genereren.


  • Puntverlichtingssterkte
    In tegenstelling tot de middelste verlichtingssterkte beschrijft de puntverlichtingssterkte de verlichtingssterkte op een gedefinieerd punt in de ruimte.


Q
R
  • Radiosity
    Berekeningsproces voor lichtsimulatie. Bij de radiosity-methode gaan de lichtstralen uit van de lichtbron en worden gereflecteerd als ze voorkomen op een oppervlak.


  • Raytracing
    Berekeningsproces voor lichtsimulatie. De raytracing-methode is gebaseerd op stralen die vanuit de punt van het oog naar het model en de lichtbronnen gaan.


  • Reflectie
    Vermogen van oppervlakken om licht terug te stralen. De maatstaf voor reflectie is de reflectiefactor. Dit is gedefinieerd als de verhouding van de gereflecteerde lichtstroom ten opzichte van de neerkomende lichtstroom. Reflectie kan gericht of diffuus zijn.


  • Reflector
    Een systeem dat het licht ergens heen leidt op basis van de reflecterende oppervlakken. De karakteristiek van een reflector berust eerst op zijn reflectie- en strooifactor. Bij spiegelreflectoren bovendien vooral op het type curve van zijn doorsnede (reflectorcontour). Paraboolreflectoren richten het licht van een lichtbron die zich in het brandpunt bevindt, parallel uit. Kogelreflectoren kaatsen het terug naar het brandpunt en elliptische reflectoren bundelen het in een tweede brandpunt.


  • Reflectorlamp
    Lamp met geïntegreerde reflector. De reflectorlampen zijn met verschillende stralingshoeken verkrijgbaar. Een speciale vorm is de coolbeam-reflector.


  • Refractie
    Breking


  • Relais
    Een door stroom bediende schakelaar. Het relais wordt meestal via een gescheiden stroomkring geactiveerd en kan één of verschillende stroomkringen sluiten of openen.


  • Rendement
    Eenheid: lumen/watt (lm/W)
    De lichtopbrengst wordt gedefinieerd als de verhouding van de afgegeven lichtstroom ten opzichte van het gebruikte, elektrische vermogen van een lamp.


  • Rendementberekeningsmethode
    Procedure voor de berekening van de middelste verlichtingssterkte van ruimten met behulp van het bedrijfsrendement van de armatuur, het lichtrendement in een ruimte en de lichtstroom.


  • Restaurantverlichting
    Kenmerken: geringe algemene verlichting, focaal licht op de tafels, accentuering van ruimtelijke zones en decoraties. Gebruik van lichtregelingen om de ruimteverlichting af te stemmen op verschillende vereisten voor overdag en 's avonds.


  • RGB
    Afkorting van rood-groen-blauw. De RGB-kleurmenging in de lichttechniek is gebaseerd op de additieve kleursynthese om verschillend gekleurd licht te genereren.


  • Richtbare spot
    Doorgaans een inbouwarmatuur waarvan de stralingsrichting vrij kan worden gekozen in het gedefinieerde hoekbereik (zwenk- en draaibereik). Dit is een geschikte armatuur voor verkoop- en tentoonstellingszones.


S
  • Scallop
    Lichtbundelaansnij


  • Scenografie
    Term voor de enscenering van de ruimte. In de verlichting betekent scenografie de verandering van de ruimte door licht, rekening houdend met de tijd.


  • Scotopisch zien
    Scotopisch zien


  • Scotopisch zien
    Ook: scotopisch zien. Zien bij de adaptatie aan luminanties van minder dan 0,01 cd/m2. Scotopisch zien gebeurt met alle staafjes. Daarom gaat het hier vooral om de periferie van het netvlies. De gezichtsscherpte is laag. Er kunnen geen kleuren worden waargenomen. De gevoeligheid voor bewegingen van waargenomen objecten is daarentegen hoog.


  • Scotopisch zien
    Scotopisch zien


  • Sculptuurlens
    Lens met een parallelle structuur die een lichtbundel in een as verspreidt en deze in de andere as in grote mate ongewijzigd laat. Bij de museumverlichting wordt de sculptuurlens ingezet om met de ovale lichtbundel een langgerekte sculptuur gelijkmatig te verlichten.


  • Sensor
    Meettoestel voor het registreren van omgevingscondities. De meetwaarde die respectievelijk hoger of lager is dan een grenswaarde, levert een impuls aan het systeem om bijvoorbeeld de verlichting aan te passen.


  • Spanning
    Fysische grootheid die in een elektrische geleider ervoor zorgt dat ladingsdragers in beweging worden gezet en er een elektrische stroom vloeit.


  • Spanningsrail
    Grondslag voor een variabele verlichtingsoplossing die aan specifieke vereisten is aangepast. Deze kan te allen tijde worden uitgerust met armaturen voor een verschillend gebruik. Bij voorkeur gebruik van spots en breedstralers, met name in het presentatie- en tentoonstellingsbereik.


  • Spectrum
    Verdeling van de stralingssterkte van een lichtbron over een bepaald bereik van de golflengte. Uit de spectrale verdeling resulteren zowel lichtkleur als kleurweergave. Afhankelijk van het type lichtproductie kunnen basistypes van spectra worden onderscheiden: het continue spectrum (daglicht en gloeilamp); het lijnenspectrum (lagedrukontlading), alsmede het bandenspectrum (hogedrukontlading).


  • Spherolit-reflector
    Een systeem dat het licht ergens heen leidt op basis van de reflecterende kogelsegmenten. De lichtsterkteverdeling wordt bepaald door de reflectiefactor, de reflectorcurve, het aantal kogelsegmenten en de segmentradii.


  • Spot
    Armatuur met een gevormde voorkeursrichting van de lichtverdeling die door draaien en zwenken op gewenste punten in de ruimte kan worden gericht; wordt bij voorkeur gebruikt aan spanningsrails.


  • Spot
    Gebruikelijk kenmerk voor smal stralende reflectoren of reflectorlampen.


  • Sprankeling
    Lichteffect op glanzende oppervlakken of transparante materialen. Sprankeling ontstaat door weerspiegeling van de lichtbron of de breking van het licht. Deze is afhankelijk van gericht licht van puntvormige lichtbronnen.


  • Stabiliteit
    Vermogen van de visuele waarneming om bij gelijkblijvende eigenschappen van objecten (grootte, vorm, reflectiefactor, kleur) ondanks veranderingen in de omgeving (verandering van de afstand, ruimtelijke situatie, verlichting) te herkennen. De constante fenomenen zijn een belangrijke voorwaarde voor de opbouw van een geordend beeld van de werkelijkheid uit de wisselende luminantiepatronen van het netvlies.


  • Starter
    Ontstekingsapparaat voor fluorescentielampen.


  • Stralingshoek
    Stralingshoek


  • Stralingshoek
    Hoek tussen de punten van een lichtsterkteverdelingsdiagram, waarbij de lichtsterkte naar 50% van de in de hoofdstralingsrichting gemeten waarde daalt. De stralingshoek vormt de basis voor de informatie over lichtbundeldoorsneden.


  • Stralingsintensiteit
    Omschrijft het uitgestraald vermogen per m2 oppervlakte. Maximale waarde voor daglicht is circa 1 kW/m2.


  • Strijklicht
    Type verlichting met een zeer vlak op een oppervlak neerkomend licht voor het benadrukken van oppervlaktestructuren.


  • Stroboscopisch effect
    Flikkereffecten of schijnbare snelheidswijzigingen van bewegende objecten bij door de netfrequentie pulserend licht tot en met de schijnbare stilstand of omkering van de bewegingsrichting. Door ontladingslampen treden stroboscopische effecten op bij de verlichting. Dit kan worden verholpen door fasenverschoven bedrijf (duoschakeling, aansluiting op het draaistroomnet) of door hoogfrequente, elektronische voorschakelapparaten.


  • Strooilicht
    Ongewenste lichtstraling die buiten de eigenlijke lichtbundel straalt. Het strooilicht kan verblinding veroorzaken of buiten bijvoorbeeld een factor voor lichtvervuiling zijn.


T
  • Tegenlicht
    Verlichtingstype waarbij het licht vanaf achteren op het object neerkomt en de schaduw naar voren valt. Aan de bovenzijde van het object kan daarbij een contourstreep uit licht ontstaan. In de toneelverlichting wordt het tegenlicht voor een dramatisch lichteffect ingezet.


  • Tentoonstellingsbelichting
    Verlichting die is afgestemd om expositiestukken visueel te benadrukken. Deze kan vlak of accentuerend zijn uitgevoerd. In het bereik van musea en galerieën speelt lichtbegrenzing een bijzondere rol.


  • Thermoluminescentie
    Luminescentie


  • Transadapter
    Element voor de mechanische en elektrisch verbinding van een armatuur, met name van een spot of breedstraler met een spanningsrail; in combinatie met een geïntegreerde, elektronische transformator resp. elektronisch voorschakelapparaat.


  • Transformator
    Bedrijfsapparaat voor het bedienen van laagspannings-halogeenlampen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen conventionele en elektronische transformators.


  • Transmissie
    Vermogen van stoffen om licht te transmitteren. De maatstaf van de transmissie is de transmissiefactor. Dit is de verhouding van getransmitteerde lichtstroom naar neerkomende lichtstroom. Transmissie kan gericht of diffuus zijn.


  • TWI-daglichtelementen
    TWI is de benaming voor transparante warmte-isolatie. TWI-daglichtelementen zijn kunststof elementen tussen heldere glasruiten met een hoge lichtdoorlatendheid en een geringe warmtedoorlatendheid. Ze zijn geschikt om binnenruimten van daglicht te voorzien.


U
  • UGR
    Unified Glare Rating; evaluatiemethode van de psychologische verblinding, met name op de werkplek.


  • Uitgestraald vermogen
    Bij elektrische lampen het omzettingsproduct van het elektrisch vermogen. Fysische eenheid: watt. In het golflengtebereik tussen 380 nm en 780 nm kan het uitgestraald vermogen (W) als lichtstroom (lm) worden gekwantificeerd.


  • Ultraviolette straling
    Aan de andere kant van het kortegolflicht liggende, onzichtbare straling (golflengte < 380 nm). Technische lichtbronnen geven slechts een gering aandeel aan ultraviolette straling af. Ultraviolette straling kan schadelijke effecten hebben; met name de verbleking van kleuren en de verbrossing van materialen. UV-filters absorberen deze straling.


  • Uplight
    Pendelarmatuur, wandarmatuur, vloerarmatuur of staande armatuur die zijn licht omhoog straalt.


V
  • Varychrome
    Attribuut voor de beschrijving van armaturen die variabel gekleurd licht kunnen genereren, bijvoorbeeld op basis van RGB kleurmenging.


  • Verblinding
    Verzamelterm voor de vermindering van het gezichtsvermogen of de storing van de waarneming door hoge luminantie of luminantiecontrasten in een visuele omgeving. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de fysiologische verblinding, waarbij er sprake is van een objectieve vermindering van het gezichtsvermogen, en de psychologische verblinding, waarbij er een subjectieve storing van de waarneming door de mengverhouding van luminantie en het gehalte aan informatie van de bekeken zone ontstaat. De verblinding kan door de lichtbron zelf worden veroorzaakt (directe verblinding) of door reflectie van de lichtbron ontstaan (verblinding door reflectie).


  • Verlichting als aanvulling op het daglicht
    Aanvullende, kunstmatige verlichting, met name in diepe, eenzijdig door vensters verlichte ruimten. De verlichting aanvullend op het daglicht compenseert de sterke afname van de verlichtingssterkte die op een grotere afstand van de vensters ontstaat.


  • Verlichting beeldschermstation
    Door richtlijnen en decreten streng gereglementeerde verlichting in bestuursgebouwen; wordt gekenmerkt door vereisten aan het verlichtingsniveau, de lichtverdeling en de lichtdichtheidsbegrenzing, met name om lichtreflecties op beeldschermen, werkplekken en toetsenborden te voorkomen.


  • Verlichting van winkelruimten
    Gebaseerd op de elementen van horizontale en verticale algemene verlichting, alsmede accentverlichting. Verlichting die is opgebouwd uit meerdere elementen met ontladingslampen (algemene verlichting) en halogeen-gloeilampen. (Accentverlichting) kan het basiselement voor de corporate identity van een onderneming zijn.


  • Verlichtingssterkte
    Eenheid lux (lx)
    De verlichtingssterkte is gedefinieerd als de verhouding van de op een vlak neerkomende lichtstroom ter grootte van dit vlak.


  • Visual comfort
    Visual comfort omschrijft de kwaliteit van een verlichting met het oog op bijv. verlichtingssterkte, verblindingsvrijheid en kleurweergave.


  • Vloerinbouwarmatuur
    Een met de vloer afsluitende, ingebouwde armatuur van een hoge beschermingsgraad. Deze is bestemd voor de bewegwijzering, maar ook voor de dramatische verlichting van objecten en architectuurdetails.


  • Vloerwasher
    Armatuurtype dat individueel of aaneengeschakeld via de vloer in en op wanden wordt geplaatst. Dit verlicht de vloerzone gelijkmatig en verblindingsvrij.


  • Voorschakelapparaat
    Stroombegrenzend bedrijfsapparaat voor ontladingslampen. De stroombegrenzing gebeurt ofwel inductief door een smoorspoel of elektronisch. Inductieve voorschakelapparaten zijn verkrijgbaar in conventionele (KVG) of verliesarme modellen (VVG). Hiervoor is eventueel een extra ontstekingsapparaat of een starter nodig. Elektronische voorschakelapparaten (EVG) werken zonder extra ontstekingsapparaten. Ze voorkomen storende bromgeluiden of stroboscopische effecten.


  • VVG
    Afk. van energiezuinige voorschakelapparaten


W
  • Waarnemingspsychologie
    Wetenschapstak die zich bezighoudt met de verschillende aspecten van de waarneming, vooral met neuronale opname en verwerking van zintuigenprikkels.


  • Wallwasher
    Armaturen met een speciaal reflectorsysteem of reflector-lenzensysteem voor de gelijkmatige verlichting van wanden. Voorwaarde hiervoor is een gelijkmatige aaneenschakeling van de wallwasher parallel ten opzichte van de wand.


  • Warmwit, ww
    Lichtkleur


  • Watt
    Fysische eenheid voor het vermogen. Het is het product van spanning en stroomsterkte.


  • Werkplekarmaturen
    Overwegend met energiebesparende, compacte fluorescentielampen of halogeen-gloeilampen uitgevoerde armatuur met vrij positioneerbare armatuurkop en een goede anti-verblinding voor gebruik op verschillende werkplekken.


  • Werkplekverlichting
    In het algemeen voor de verlichting van werkplekken. Speciaal voor een afgestemde, extra verlichting van werkplekken, die verder gaat dan de algemene verlichting en is afgestemd op de betreffende kijktaak.


  • Werkplekverlichting
    In tegenstelling tot de algemene verlichting is dit een op de speciale werkplek uitgelijnde verlichting, bijvoorbeeld door werkplekarmaturen.


  • Wide flood
    Gebruikelijk kenmerk voor zeer breed stralende reflectoren of reflectorlampen.


X
Y
Z
  • Zonlicht
    Daglicht


  • Zwart lichaam
    Zwarte spot. Ideale gloeilamp waarvan de stralingseigenschappen door de wet van Planck worden beschreven.


ERCO Newsletter - Inspirerende projecten, nieuwe producten, nieuwe kennis over licht

Abonnement op de Newsletter.
Uw gegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld. Meer informatie treft u aan onder Verklaring inzake gegevensbescherming
Via het digitale Lichtbericht ontvangt u actueel, regelmatig en op comfortabele wijze nieuws via de mail uit de kosmos van ERCO. Wij houden u op de hoogte van evenementen, awards, nieuwe kennis over licht, projectberichten en nieuwe producten, alsmede over reportages uit de licht- en architectuurbranche. Het abonnement is gratis en u kunt het op elk moment weer opzeggen.