Contrastgevoeligheid: wat is het waarnemen van contrasten?

Contrastgevoeligheid is het visuele waarnemingsproces, waarbij het verschil in lichtsterkte (luminantie) of de kleur tussen twee objecten respectievelijk van één object en zijn omgeving wordt geregistreerd. Om een object te kunnen zien, is er een contrast nodig dat voldoende hoog is ten opzichte van de omgeving. Idealiter dient dit ten minste 2:1 te zijn. Hoe kleiner het contrast is, des te lastiger kunnen twee vormen van elkaar worden onderscheiden.
Wetenswaardigheden over het onderwerp Contrastgevoeligheid:
Contrastgevoeligheid is een in nader verband ten opzichte van de gezichtsscherpte staande kijkfunctie. De beide functies zijn echter niet identiek: contrastgevoeligheid maakt het mogelijk om objecten van elkaar af te grenzen en over het algemeen waar te nemen. De gezichtsscherpte omschrijft daarentegen het vermogen om contouren en details te herkennen.
Wat wordt er bedoeld met contrast?
Of een object als licht of donker wordt beoordeeld, hangt minder af van de absolute lichtsterkte (luminantie). Van doorslaggevend belang is echter het contrast ten opzichte van de omgeving. Zo kan een zwak verlicht object in een donkere ruimte een licht effect teweegbrengen. Er is sprake van een groot contrast. Het object dat op dezelfde manier wordt verlicht, valt daarentegen nauwelijks op in een lichte omgeving. Het grootste verschil bij contrastgevoeligheid tussen licht en donker bestaat tussen een wit en een zwart oppervlak.
Via contrasten hiërarchieën vormen:

Hoog contrast
Bij een contrast tussen omgeving en accent van 1:10 is een duidelijke differentiatie herkenbaar. Op deze manier ontstaat een atmosfeer met een zeer dramatisch effect. Licht en schaduw kenmerken deze intensieve accentverlichting.

Gemiddeld contrast
Als het contrast tussen omgeving en accent ongeveer 1:5 is, dan is een differentiatie niet meer duidelijk herkenbaar. De blik van de kijker wordt op die manier niet meer duidelijk gestuurd.

Gering contrast
Bij een lichtsterkteverschil van 1:2 tussen omgeving en object is een hiërarchie niet meer herkenbaar. Daardoor maakt de ruimte een monotone indruk.
Contrast




De objecten en de wand verkrijgen een basisverlichting door wallwashers. Lichtbundels van afzonderlijke spots beklemtonen de objecten. Een hoog contrast vergroot de accentuering.
Bij een verlichtingscontrast van 1:2 van de omgeving ten opzichte van het object is een contrast vrijwel niet waar te nemen. Bij een verhouding van 1:5 wordt een minimaal contrast tussen primaire en secundaire aandachtspunten opgebouwd. Een contrast van 1:10 laat het onderscheid zeer duidelijk naar voren komen. Een contrast van 1:100 haalt het object zeer sterk los van de omgeving en er kan een ongewenste opdeling van de wand optreden.
Accentuerende verlichting van objecten op wanden wordt ingezet in
- musea
- tentoonstellingen
- beursstands
- showrooms
Wat is het luminantiecontrast?
Het luminantiecontrast is een criterium voor de begrenzing van de verblinding door reflectie en daardoor voor een kwaliteitscriterium in de lichtplanning, bijvoorbeeld voor de leesbaarheid van tekst. Het luminantiecontrast wordt hierbij beschreven door de luminantieverhouding (CRF). Deze is gedefinieerd als de verhouding van het lichtsterktecontrast van de kijktaak bij de aanwezige verlichting voor het lichtsterktecontrast bij referentieverlichting.
Is het mogelijk dat er geen contrast bestaat?
Contrastverlies treedt op, wanneer de verschillen in lichtsterkte volledig verdwijnen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten contrastverlies:
- Black-out: zwarte objecten in een zeer donkere tot in een eveneens zwarte omgeving zijn niet meer herkenbaar.
- White-out: witte objecten in een witte of zeer lichte omgeving kunnen niet meer differentieerbaar worden waargenomen.



