Kegeltjes (oog): belangrijk voor het waarnemen van kleuren

De kegeltjes zijn de lichtzintuigcellen in het oog en maken het samen met de staafjes voor ons mogelijk dat wij kunnen waarnemen. De kegeltjes in het oog bepalen onze waarneming bij grotere lichtsterktes, dus overdag of bij kunstmatige verlichting. Het kegeltjessysteem beschikt over een geringe lichtgevoeligheid en is met name geconcentreerd in het centrale gebied rondom de fovea. Het maakt het zien van kleuren en een grote gezichtsscherpte mogelijk.
Welke taken hebben kegeltjes in het oog?
Kegeltjes zijn fotoreceptoren, dus gespecialiseerde lichtzintuigcellen van het netvlies in het oog. De kegeltjes in het oog maken het zien bij voldoende verlicht mogelijk, d.w.z. vooral overdag en bij kunstmatige verlichting. Deze zijn existentieel voor de het waarnemen van kleuren.
Het netvlies van het oog heeft ongeveer 6 miljoen kegeltjes en daardoor minder dan staafjes. Alleen via deze kegelvormige receptoren is het oog tot een gezichtsscherpte in staat. In de fovea centralis retinae, het netvliesgebied van het scherpste zien, is de kegeltjesconcentratie het hoogste.


Wat zijn L-, M- en S-kegeltjes?
Het oog van de mens heeft drie verschillende typen kegeltjes. Deze worden vanwege hun centrale absorptiecurve onderscheiden. Het zwaartepunt van de gevoeligheid ligt in het blauwe, groene en rode spectrale gebied. Het evenwichtige antwoord op prikkels van de drie typen kegeltjes vormt een witte kleurindruk en is de basis van de kleurenmetriek.
- S-kegeltjes (Engels: short wavelength receptor): deze receptor dekt blauwe gebied van het voor de mens zichtbare spectrum af en wordt daarom ook blauwreceptor genoemd. Deze zijn de meest zeldzame.
- M-kegeltjes (Engels: medium wavelength receptor): M-kegeltjes worden ook groenreceptoren genoemd. Deze dekken vooral het groene gebied af, dus tussen blauw en oranje licht. De receptoren komen het meest voor in het netvlies van het oog.
- L-kegeltjes (Engels: long wavelength receptor): L-kegeltjes hebben hun maximale waarneming in het langegolf gebied. Deze worden ook roodreceptoren genoemd, omdat ze met geelgroen een essentiële bijdrage leveren aan het waarnemen van deze kleur. L-kegeltjes komen bij de meeste mensen het meest voor.








